donderdag 4 februari 2016

Mme Zsazsa gaat zwemmen

Untitled

Ik ben heel mijn jeugd om de twee weken ongesteld geweest. De cyclus van andere meisjes liep misschien synchroon met die van hun beste vriendinnen, die van mij met de tweewekelijkse zwembeurt.
Ik haatte zwemmen in het middelbaar.
Dat kwam omdat ik zwemmen ook al haatte in de lagere school en bijgevolg nooit deftig heb leren zwemmen.
Ik weet dus niet wat mij bezielde toen ik vanmiddag ineens de openingsuren van het plaatselijke zwembad zat op te zoeken.
Maar ik wist wel hoe laat het was toen ik zag dat er vanaf half vijf baantjes konden getrokken worden!
Tijd om te zwemmen!

Maar eerst: tijd om mij voor te bereiden!
Ik stelde wat debiele vragen op Facebook zoals daar zijn:
-Mag je zomaar in elk baantje zwemmen?
(Neen, er zijn baantjes voor snelle en trage zwemmers.)
-Kan je ook via het ondiep in alle baantjes? (Want ik durf niet in het diep te springen. Echt!)
(Ja als je het niet erg vindt om gelijk een eend een paar keer onder te gaan alvorens op je startpunt aan te komen.
Met dat verschil dat eenden hun neus niet dichtknijpen voor ze kopje onder gaan.)
Aparte baantjes voor de zwemsukkels die op een veilige manier te bereiken zijn, check, ik was klaar!

Het plaatselijke zwembad is eigenlijk het zwembad twee dorpen verder, hetzelfde zwembad waar ook de jongens met hun school gaan zwemmen, wie kon ik dus beter meenemen dan De Jongens. Perfect, zij konden mij de kortste weg naar het toilet en de uitgang wijzen, ik kon doen alsof ik gezellig met hun mee kwam zwemmen en terwijl in de rapte wat baantjes trekken.
Keigoei vermomming!

Ik zoek drie zwemzakjes, twee zwembroeken, een zwempak, drie handdoeken én drie gastendoekjes (om op te staan, keigoei idee van de juf) en ik ben al ingepakt. Om tijd te besparen besluit ik mijn zwempak al aan te doen, past nog perfect. Was dit nu een zwangerschapsbadpak?
Daar aangekomen, blijkt er zich al redelijk wat volk te bevinden in de aankomsthal. Overwegend sportkottypes. Geen enkel huisvrouwtype. Top.

Ik doe alsof het mij geen knijt interesseert (die sportkottypes zijn hoogstwaarschijnlijk ook geen knijt geïnteresseerd in huisvrouwtypes in zwangerschapsbadpakken). Perfect!

Maar eerst nog wat voorbereiding, nog snel wat debiele vragen zoals daar zijn:
Aan de man achter het onthaal: Ik ben hier nog nooit geweest, is er iets dat ik dan moet weten?
(Euhm, daar is de deur en het is 6,5 euro.)
Aan een redder: Welk is het baantje voor de trage zwemmers?
(Het brede, daar kan je in twee richtingen zwemmen.)

Ik instrueer Jef en Abel richting waterglijbaan en ik schrijd te water.
Het gaat best goed eigenlijk, ik word niet voorbijgestoken en ik heb geen enkele keer het gevoel dat ik ga verzuipen.
Ik voel mij een zeemeermin, wel eentje zonder zwemtechniek, maar hey, daar kan aan gewerkt worden!

Na een kwartier is het mijns inziens wel genoeg geweest en ga ik de jongens zoeken.
Ik tref ze midden in een discussie, Abel wil niet mee in de waterglijbaan en Jef wil per se tonen dat het geen gevaarlijke waterglijbaan is. Dat los ik wel efkes op! Ik gebied Abel te wachten aan de uitgang van de glijbaan zodat hij kan zien dat deze waterglijbaan keileuk en helemaal niet gevaarlijk is!
Nu moet je een ding weten. Als er één ding was dat ik nog meer haatte dan zwemmen dan waren het wel de waterglijbanen.
Ik was nl. altijd het kind dat halverwege de glijbaan gesandwiched werd tussen een (zo mogelijk) nog tragere voorganger en een snelle achterkomer.
Om dan aan het eind weggecatapulteerd te worden, knal met mijn hoofd onder water én met mijn klep op mijn voorgangers schouders.
Echt. Elke. Keer.
Wat ik dus nu ging doen is een duidelijk signaal van onvoorwaarlijke liefde voor mijn kind.
Ik ga alleen door de waterglijbaan en -vooral- zeer beheerst landen. Zonder water in mijn neus te krijgen.
Boven aangekomen vind ik het een waanzinnig plan, maar van rechtsomkeer doen is natuurlijk geen optie.
Ik zet door en MAN krijg ik daar na vijf seconden spijt van, dit is de snelste waterglijbaan waar ik ooit in ben verzeild geraakt.
Ik sla in een halve paniek mijn armen en benen zover mogelijk uit elkaar om snelheid te remmen, maar dat doet niks af. Ik sjees keihard verder de dieperik in.
Ik roep mezelf tot de orde: Het ergste wat er kan gebeuren is dat ik onder water ga, ik kan daar wel tegen.
Ik zet mij schrap en wanneer ik dan eindelijk het einde zie knijp ik mijn neus dicht, zoek ik Abel en doe een poging om te lachen.
Blijkt de glijbaan uit te monden in een plonsbadje.
Nog. Nooit. Zo. Opgelucht. Geweest.
Dat ik er maar belachelijk bijzit met mijn neus dichtgeknepen in een plas water kan mij echt niet schelen.
Abel merkt mijn opluchting en hij draait bij.
Ik weet niet of ik morgen stijf ga zijn van het zwemmen of van het trappen lopen.
Na een keer of zeven kan ik hem overtuigen om alleen te gaan, ik eerst en dan hij.
Ik kom geroutineerd uit de buis geschoven, ga meteen aan de kant en dan komt er niks ...
Ineens hoor ik gestommel en komt Abel met een gezicht als een donderwolk uit de buis geschoven, gesandwiched tussen twee kinderen.

Terug naar af.
We gaan nog een keertje met drie door de buis, dan met twee en besluiten dan dat het zo wel zal volstaan.

Douchen! Daar presteert Jef het om voluit onderuit te gaan en de hele ruimte door te glijden op zijn buik. Ik doe alle moeite om niet te lachen, maar er zijn grenzen, ik kan mij maar amper bedwingen
Dat hij ondertussen een gezicht trekt alsof er niks is gebeurd doet er geen goed aan.

Omdat één keer met zijn twee in een kleedhokje wel genoeg is vraag ik of we geen kleedkamer mogen gebruiken, en omdat de redders ondertussen wel doorhebben dat we nog niet echt geoefende zwemmers zijn wordt die kleedkamer ons met veel plezier ter beschikking gesteld.
Wat een zaligheid, niet met ander nat vel in contact moeten komen tijdens het omkleden.
Uiteraard ben ik in mijn gehaast een onderbroek vergeten in mijn zwemzakje te steken en moet ik met blote billen in mijn jeans weer naar huis. Maar hey er zijn ergere dingen, niewaar?
Ik ben toch al niet verzopen vandaag.
Top!

zaterdag 16 januari 2016

De afprintbare zsazsalmanak 2016, back in stock!

naam
Een maand geleden vroeg ik uw beste kerstwens in ruil voor een verrassing.
En uiteraard willen jullie ook weten wat die verrassing was.
Ah ja, hoe zoudt ge zelf zijn!
Wel, dit was ze!
Een inkleurbare zsazsalmanak!

naam
Een inkleurbare zsazsalmanak met inkleurbaar voorwoord en al.

naam
Een inkleurbare zsazsalmanak met inkleurbare onder- én bovenkant.
Juist gelijk den echte, maar dan in zwart wit eigenlijk gewoon hé.
Thuis getekend, thuis afgeprint, thuis gebonden, keiartisanaal!

De gedrukte die lag vorig weekend in de krantenwinkel.
En het was natuurlijk weer te peinzen, het weekend was nog niet om of mensen waren hem al vergeten te kopen.
't Is toch godgeklaagd.
Volgend jaar noemen we hem, de Zsazsalmanak voor De Echte Fans.

De mindere fans die kunnen dan misschien wel, met een beetje chanse de saaie zwart wit versie afprinten.
Maar dat zien we dan natuurlijk pas, dat is altijd weer afwachten!
Dit jaar heeft u wel chanse!
Download HIER onderkant van de GRATIS Zsazsalmanak 2016 en HIER de bovenkant.

naam
En iedereen die toch nog een échte gedrukte kalender wil hebben, Naais en ik hebben er nog, voor 5 euro sturen we u er eentje op.
Een kalender rechtstreeks van bij de producent als het ware, ook vrij authentiek, niewaar?

donderdag 14 januari 2016

Over een lelijke jas, lekkere soep en ook nog 10 aardpeerfeiten op een rij


Allereerst. Ik heb deze jas niet zelf gekocht.
Het was een kadootje van mijn vader.
Want ... hij vond dat echt een jas voor mij!
Ik vind het echt een hele lelijke jas, dus ik weet niet of het als compliment bedoeld was.

Feit is wel dat de jas ontzettend warm is én dat ik vind dat iedereen moet stoppen met te doen alsof hij/zij altijd
piekfijn rondloopt en op eender welk moment op de foto kan.
Want dat is niet! En iedereen weet dat eigenlijk wel, maar ge voelt u toch maar schoon elke keer een slons als er weer zo'n internetrolmodel met haar jurkje en gemanicuurde nagels aardperen staat te oogsten.
Gedaan ermee, we verwelkomen lelijke jassen, voze broeken, vettig haar en wat extra kilo's.
De feestdagen zijn tenslotte nog maar juist gepasseerd hé seg.

Goed dan, ten tweede: Iets over de aardpeer!
Door een reorganistie in de moestuin moesten de aardperen vertrekken, de vrijgekomen plaats werd ingenoemen door fruitbomen. Wat verderop in de moestuin is er gelukkig nog een bed met aardperen, stel je voor dat we vanaf nu zonder zouden zitten!


Van die emmers heb ik er drie!
Gelukkig zijn de varkens en ganzen aardpeerliefhebbers en ook mijn schoonmoeder kan er aardig weg mee.
Maar sinds Dorien in het voorjaar van 2014 zo'n twee keer per week geroosterde aardpeer klaarmaakte heb ik er een lichte aversie voor ontwikkeld.
Maandag ll. dacht ik ze nog eens een kans te geven, ik nam wat grote exemplaren mee naar binnen samen met een grote bundel peterselie en wat tijm.
Komt goed dacht ik, dat wordt een fris soepke.
Om de een of de andere reden kwam ik daarna achter mijn computer terecht en zo passeerde ik op flickr waar ik deze foto zag bij i.
Met voorsprong de lekkerste soep ter wereld: aardpeer en koriander. Ik zeg u: toeval bestaat niet!
i. geraadpleegd en een recept kwam mijn kant uit.

Hieronder doe ik het recept er ook nog eens bij, want ik weet niet hoe het bij u zit, maar ik heb graag exacte hoeveelheden.
Met een paar en een flinke scheut ben ik niks, ik wil cijfers!
Een recept met precieze hoeveelheden, want -dat had u vast al door- het is waarlijk een lekker soepke!
Ik zou nu niet meteen zeggen: de lekkerste soep ter wereld, met voorsprong dan nog, maar het is zeker en vast de lekkerste aardpeersoep ter wereld.

Misschien eerst nog iets over aardperen, want we zitten op deze moment toch tot onze knieën in het aardpeerseizoen.
Feit 1. Aardperen blijven best gewoon in de grond tot het moment dat je ze wilt klaarmaken.
Gaat het vriezen en wil je blijven aardperen eten, dan kan je wel al wat oogsten, of de grond goed bedekken met wat stro of een andere dikke mulchlaag. Dat geldt ook voor prei, pastinaken, schorseneren en alle andere dingen die onder de grond zitten.
Feit 1b. Het zou kunnen dat woelmuizen graag aardpeer eten, dat moet je proefondervindelijk ontdekken, moest het zo zijn kan je misschien wel wat knollen in veiligheid brengen tijdens de winter. Bv in een emmer met aarde die je bewaart op een koude plaats.
Feit 2. Als je oogst hou je best de grootste, mooiste exemplaren als plantgoed -grote mooie ouders maken eerder grote mooie kinderen dan schrale exemplaren- zo werkt dat nu eenmaal.
Die grote mooie aardperen stop je meteen in de grond, 15 cm diep en op 50 cm van elkaar in alle richtingen.
Oogst telkens alle knollen van één plant, elk knolletje dat achterblijft wordt immers een nieuwe 3-meterhoge plant. Zelfs de schillen hebben de neiging om een eigen gezin te stichten.
Feit 3. Een beetje compost zorgt voor nog grotere exemplaren dat ondervond ik dit jaar door het ene bed wel en het andere geen compost te geven.
Feit 4. Heb je wat houtasse dan mag je dat in het voorjaar ook over de grond uitstrooien.
De kalium in houtasse is goed voor alle planten die knollen en wortels aanmaken, het zorgt voor kleur, stevigheid en een goede bewaarbaarheid.
Feit 5. Geven de aardperen in de zomer teveel schaduw voor andere planten dan kan je de stengels inkorten tot op zo'n meter.
Feit 6. Je kan niet alleen de knollen eten, maar ook de nieuwe scheuten die in het voorjaar verschijnen. Dan moet je de grond rond de stengels wat ophogen (zoals bij asperges) of er een bleekpot over zetten zodat er geen zonlicht aan de stengels kan.
Feit 7. Voor de winter knip je de stengels af tot 20 cm boven de grond, laat de stengels maar gewoon liggen en in het voorjaar breng je de dorre stengels naar de composthoop. Het perfecte 'bruin materiaal' voor een evenwichtige composthoop.
Feit 8. Je hoeft niet speciaal naar een tuincentra voor plantgoed, de aardperen uit de supermarkt zullen het even goed doen.
Feit 9. Aardperen zijn lekker geroosterd en gebakken, maar ook rauw, in dunne schijfjes voegen ze iets lekker knapperigs toe aan een slaatje. Je kan ze ook fermenteren of er een chutney van maken.
Aardperen moeten niet geschild worden; gewoon goed afborstelen met wat water en klaar.
Feit 10. En dan nog een kleine waarschuwing: Aardperen zijn rijk aan inuline, een soort koolhydraat dat de bloedglucosespiegel niet beïnvloedt. De afbraak van inuline gebeurt pas in de dikke darm en beïnvloedt daar de aanmaak van darmbacteriën waaronder oa. bifidobacteriën (die van die dure yoghurtjes in de supermarkt). Er worden nog andere nuttige zuren en gassen geproduceerd en dat zal je geweten hebben. Als je veel aardperen eet zal je (we moeten daar geen doekjes om winden) veel scheten laten. De truuk is naar het schijnt om je lichaam traag maar gestaag te laten wennen aan deze groente.
Nu hoorde ik onlangs wel van een aardpeerlover dat het toch niet aan te bevelen is om na een aardpeermaal naar de yoga te trekken. Hoe ervaren u ook bent.
U bent bij deze gewaarschuwd!


Aardpeersoep, misschien wel de lekkerste van de hele wereld
Nodig voor 4 personen
-2 uien
-1 teentje look
-1 dikke prei
-700 gram aardperen (ongeschild gewogen)
-850 ml bouillon
-150 ml volle melk
-een busseltje koriander
-peper
-boter

-Zet op een klein vuurtje een grote pot en laat hierin een klontje boter smelten.
-Snipper de ui en de knoflook en doe bij de boter.
-Was en snipper de prei en houdt terwijl de ui in de gaten, deze mag niet beginnen bruinen.
-Doe de prei bij de uien.
-Was de aardperen en schil (want we willen een witte soep) en snij ze een voor een in stukken die je meteen bij de prei en uien doet zodat ze niet uitslaan.
-Wanneer alle aardperen in de pot zitten giet je de bouillon (of 850 ml water en twee bouillonblokjes) bij de groenten en laat alles nog een kwartiertje koken.
-Mix de soep, doe er de melk en koriander bij en mix nog een keer.

Uw darmflora zal u dankbaar zijn!

Ik noteerde al eerder wat aardpeerrecpten van andere mensen, die vind je hier.

vrijdag 8 januari 2016

Fair wear friday #3



Dit was vorige week vrijdag.
Ik vind, op 1 januari moogt ge u een beetje foempig kleden.
De schuld van de foempigheid ligt volledig in mijn kamp want op zich zijn alle stukken apart best wel te pruimen,
het is gewoon de combinatie die nergens op trekt.
En dan gelijk ik op deze Fair Wear Friday ineens ook nog eens op Joke Schauvliege.
Toch dè foemp.
Joke Schauvliege én Fair in één zin ... 't kan verkeren zou Bredero zeggen.

Goed!
Ik word volledig gekleed door De Kringloopwinkel, truitje van Who's that girl (Who cool is dat?), t-shirt van iets merkloos en een jeans van G-star. Dorien schreef toevallig dit weekend een stuk over jeans voor De Standaard en blijkbaar doet G-star het nog niet zo slecht op milieuvriendelijk gebied. Ze zijn redelijk op weg, maar het kan nog beter.
De baby dan!
Een pakje van Moonkids en slofjes van Bobux, die merken scoren beide zeer goed op de duurzaamheidsmeter, maar dan ... een keischattig tweedehands truitje van Primark! Dat mag hier dus alleen maar omdat het tweedehands is, anders zou ik even geloofwaardig zijn als Joke Schauvliege die ineens minister van milieu zou worden ofzo. Héhé stel je voor!

Fair Wear Friday is een initiatief van Kelly, Leen en Lies.
Deze bloggers doen deze week ook mee:
Margot, Elvis en Durkje.
Doe ook mee en stuur de link van je post naar Lies

woensdag 6 januari 2016

De moestuin, begin januari

De Moestuin begin janauari
Een nieuw moestuinjaar!
Het vierde jaar in de nieuwe moestuin.
En wie weet, misschien nog wel eens een moestuinjaar zonder onkruid?
Want je weet wat ze zeggen over moestuinen: Onkruid, dat is zoals een bikinilijn in een nieuwe relatie, zoveel te nieuwer de relatie, zoveel te beter onderhouden.
Vier jaar, dat kunt ge bezwaarlijk een nieuwe relatie noemen.
Nog iets wat ze zeggen over moestuinen: baby's kopen is nefast voor een moestuinjaar, om nog maar te zwijgen over uw bikinilijn.
Goed.
Onkruid dus.
Vorig jaar had ik er te weinig tijd voor, en voor ik het goed en wel besefte stond alles vol netels en muur en knopkruid en weegbree en klaver en distels en paardenbloemen en zat ik ergens in een hoekske te sniffen.
En ja al die dingen zijn eetbaar, maar soms wilt een mens ook gewoon tomaten met komkommers en gewone sla, niet waar?

De Moestuin begin janauari Dus dit jaar begon ik er veel vroeger aan, en kijk eens hoe netjes het bed van de vaste groenten er op de vierde januari al bij ligt!
Alle onkruiden zijn weg en de blote grond is netjes bedekt met een laag compost, de compost is niet ingewerkt zodat hij de eerste tijd ook functioneert als een mulchlaag. (Over de vele voordelen van mulchen leest u hier in ons geweldige moestuinboek)

Het lijkt hier wat aan de lege kant, maar er is toch al van alles gaande. Zuring, pimpernel, postelein, hertshoornweegbree, brave hendrik, eeuwig moes, barbarakruid, engelwortel en doorlevende venkel, ze hebben zich allemaal al aangemeld. De rabarber en mierikswortel die laten nog wat op zich wachten.
Maar mijn spitvork en ik zijn nog niet overal geweest.
We stappen wat achteruit.

De Moestuin begin janauari Het verschil tussen voor en na wordt nu duidelijk.
Zwartmoeskervel, aardpeer, mariadistel, daslook, ze zijn er allemaal, maar er zit nog een donzig laagje gras over.
Eind deze week zou er verbetering moeten zijn.

In de verte zie je nog de twee artisjokken die eindelijk terug wat ademruimte kregen.
Ik moet nog wel een plan bedenken voor het geval het alsnog gaat vriezen, voorlopig heb ik er wat resten van Oost-Indische-kers rondgedraaid, maar dat stopt een serieuze vriesbui natuurlijk niet.

De Moestuin begin janauari Er is nog meer groen waarvoor ik hoop dat het toch niet te hard gaat vriezen, de reukerwten hier bovenaan de foto bijvoorbeeld. Niet zo geweldig bestand tegen vorst. Vorig jaar zaaide ik ze nog snel in een poging ons Arne Quinzeïg klimrek te laten begroeien, zonder resultaat natuurlijk en nu moeten ze mijn laks zaaibeleid bekopen met ijzige koude.
Hopelijk overleven ze het en heb ik binnenkort de vroegste reukerwtbloemen ooit.

Rechtsonder look zonder look, al wat beter bestand tegen de vorst.

De Moestuin begin janauari Deze Franse zuring in het midden en de stafspinazie (een snijbietsoort) onderaan zijn ook redelijk bestand tegen wat vorst.
Onder het hoopje stenen zit geregeld een nestje spitsmuizen. Een zegen want spitsmuizen eten hopen slakken en andere insecten.

De Moestuin begin janauari Omdat ik altijd wat koriander in zaad laat komen heb ik bijna een jaar rond verse blaadjes in de moestuin. Af en toe koop ik voor 'alle zekerheid' toch een potje, na gebruik plant ik dat dan uit in het stukje voorzien voor 'de zichzelf uitzaaiende blaadjes en kruiden' in het grote vaste-groentenbed. De stoppels verwelken bijna meteen, maar al snel schiet zo'n potje toch terug uit. Het resultaat zie je hier, fris groene blaadjes die geweldig goed van pas kwamen op de tagine met oudjaar!
Postelein, dille, veldsla, kervel, allemaal mogen ze hun gang gaan op het stukske voor de 'zichzelf uitzaaiende blaadjes en kruiden'.
Een keer zaaien of planten, jarenlang plezier!


De Moestuin begin janauari De Moestuin begin janauari De kolen! Er staan nog wel meer kolen in de moestuin (savooi-, spruiten-, boerenkool) maar deze zijn de tofste, links de boomkool, rechts de palmkool. Hoe goed kan een naam bij een groente passen!

Palmkool is ondertussen al vrij gekend neem ik aan, boomkool is een specialleke. Palmkool komt uit Italië, boomkool uit Spanje.
Palmkool heeft vrij stugge bladeren (stugger dan savooikool), boomkool heeft er hele zachte en sappige.
Palmkool begint binnen een dikke maand aan zijn nakomelingen te denken met mooie, ranke mini-broccolietjes, boomkool plakt er met gemak nog een jaartje aan.
Palmkool staat bij de andere kolen, boomkool op het bed van de vaste groenten.
Beide bomig, maar toch helemaal anders.

De Moestuin begin janauari En dan zijn er ook de babygroenten, voor de gelegenheid gefotografeerd tussen het babyonkruid.
Hierboven de babytuinbonen, hieronder de babyerwten.

Beide gezaaid in november. Niet alle tuinbonen en erwten zijn even vorstbestendig, maar als het op de verpakking staat ben je safe.
Tijdens de winder zullen ze maar weinig of niet groeien, maar in het voorjaar zijn ze snel weer vertrokken. Door de koude hebben ze steviger en minder sappige bladeren die minder aantrekkelijk zijn voor bladluizen. Voor de peul maakt het niks uit.

De Moestuin begin janauari De babyerwtjes dus en potver .. zie ik daar toch geen Oost-Indisch-kersje?
Het staat er al vol mee in de moestuin, wat is mich dat hier allemaal.

De Moestuin begin janauari Nog babynieuws!
Babyfruitbomen!
Eind december plantte ik 15 laagstam fruitbomen. Peer, appel, pruim, kers en kweepeer.
Ow ow ow wat kijken wij uit naar september!
Links op de achtergrond ziet u kardoen, familie van de artisjok en minstens zo enthousiast.
U merkt misschien ook mijn groot probleem rechts, hoe zorg ik ervoor dat de schors van het gras gescheiden blijft?
Daar moet ik nog iets op verzinnen.

De Moestuin begin janauari Drie bosbesplanten!
Want zoveel ruimte heeft dat nodig als dat een keer vertrokken is.
Bosbessen groeien eigenlijk alleen maar goed als ze in zure grond staan, omdat het gebruik van turf (veengrond, zuur dus) niet bepaalt ecologisch is (het ontginnen beschadigt waardevolle eeuwenoude natuurgebieden) heb ik bij het aanplanten van eerdere bosbessen nooit turf gebruikt. Ik heb dan ook nooit één bosbes geoogst.
Wikken en wegen en ik heb dus recent mijn eerste zak turf gekocht, of beter, ik heb een zak turf laten meebrengen.

De bosbessen kunnen maar beter maken dat ze rijkelijk aanwezig zijn, ik verkoop niet elke week mijn ziel voor wat fruit.


De Moestuin begin janauari En nu we toch on-ecologisch bezig zijn, ik heb ook een nieuwe serre gekocht.
De ramen van mijn huidige serre zijn vuil, daar moest iets aan gedaan worden.
Nog een maandje dan kan ik terug deftig naar buiten kijken.

De Moestuin begin janauari Voila, dat was januari, dit is de Nelson.
Mijn trouwe compagnon in de moestuin.
Dan mag hij mee in de blogpost hé.


Wat te doen in de Moestuin in januari, een overzicht
Binnen zaaien
Radijzen: In januari en februari zaai je radijzen in ondiepe bakjes (zoals bv zaaibakjes of vensterbakken), duw de zaadjes in alle richtingen op 3 cm van elkaar in de grond en strooi er wat potgrond over. Verhuis de bakjes naar de serre eens de radijzen gekiemd zijn. Je kan ook in de serre zaaien als je binnen geen plaats hebt, het kiemen zal dan wat langer duren. Zes weken na het kiemen kan je de eerste exemplaren al oogsten.

Sla: Sla is de courgette van het voorjaar. Zaai niet teveel sla in een keer en zaai liefst wat verschillende rassen zodat je in april en mei niet met 16 dezelfde kroppen sla zit die tegelijk moeten geoogst worden. Verschillende rassen zaaien zorgt er voor dat niet alle planten tegelijk oogstklaar zijn en het is natuurlijk ook gewoon veel mooier om een kom vol verschillende blaadjes op tafel te zetten dan een week aan een stuk krulsla te moeten eten. (Krulsla kriebelt trouwens altijd vreselijk in mijn keel.) Vul wat potjes met een paar verschillende rassen, en doe dat volgende maand nog eens.
Sla is een lichtkiemer, bedek het zaad maar met een heel dun laagje aarde of wat wit zand uit de zandbak.

Wortelen: Zaai deze en volgende maand wortelen in diepe bakken, ik gebruik hiervoor gewoon een emmer of grote bloempotten. Voor de rest hetzelfde verhaal als de radijsjes. Tussen de zaadjes een onderlinge afstand van 3 tot 4 cm en van zodra de zaadjes gekiemd zijn verhuis je de potten naar de serre. Deze worteltjes eet je jong (en dus dun) aan het eind van de lente. In oktober kan je nog eens hetzelfde doen, je hoeft de bakken dan niet eerst binnen te laten kiemen.

Zomerprei : Van midden januari tot eind februari zaai je prei in zaaibakjes. Maak om de 5 cm een geultje van zo’n halve cm diep. Dit gaat snel (en recht) als je een potlood of stokje in de grond duwt, leg om de 1 tot 2 cm een zaadje en maak het geultje weer dicht. Na twee weken zullen de meeste zaadjes gekiemd zijn, de lege plekken kan je opnieuw inzaaien.
Als je voor wat beschutting kan zorgen met bv een plastic tunnel kan je na twee maand de preitjes buiten op hun vaste plek zetten, anders wacht je nog wat langer. De preitjes uitplanten in een koude bak is ook een optie.
Van deze preitjes oogst je vanaf midden mei.

In de serre zaaien
Erwten en peultjes : Vul tegen het einde van deze maand potjes van 4-5 cm doorsnede met potgrond en leg in elk potje 3 à 4 zaadjes. Erwtjes groeien snel, na een dikke maand kan je ze al buiten uitplanten. Als je de potjes binnenzet tot de zaadjes gekiemd zijn gaat het nog sneller. Vanaf maart kan je meteen buiten op rijtjes zaaien. Oogsten kan vanaf eind mei of begin juni.

Tuinbonen: Bij tuinbonen is het belangrijk dat je al stevige planten hebt tegen dat de zwarte bonenluis actief wordt, voorzaaien is daarom aan te bevelen. Het vervroegt ook de oogst met al snel een dikke maand.
Gebruik een zaaimodule met diepe vakjes stop één zaadje per vakje, midden maart plant je de jonge tuinboonplantjes uit en vanaf juni kan je oogsten.

Spinazie en veldsla: Zaai tot eind februari om de twee weken een rijtje spinazie en veldsla in de volle grond van de serre. Maak geultjes van 1 cm diep en leg om de 10 cm een zaadje voor spinazie en om de 5 cm voor veldsla. Het volgende rijtje komt op 15 cm.
Je oogst jonge blaadjes tot de tomaten en paprika’s hun plaats weer opeisen in april.
Er bestaan verschillende rassen spinazie, ze zijn in te delen in snelgroeiende rassen voor in de koude maanden en traaggroeiende rassen voor in de warmere maanden, kies altijd het geschikte ras voor de maand van het jaar.

De tekst onder de laatste foto komt zo goed als integraal uit de Nest Moestuin van 2015, niet meer verkrijgbaar in de winkel, maar wel nog bij mij.
Vanaf maart ligt het wel in de Nederlandse rekken, niet als Nest maar als Plusmagazine!

dinsdag 5 januari 2016

Gezocht: Vormgever (m/v)

naam

Komt er een kraamkostkookboek, vroegen velen van jullie.
Neen zeiden Dorien en ik.
Allee jawel vroegen jullie.
Allee dan, zeiden wij!
Maar wel in een speciale vorm. Een e-boekje, zo kan je het binnen een maand al in bezit hebben.
Een klein boekje, maar wel met een hoop recepten en heel veel tips.
En we schenken de totale opbrengst aan een goed doel!

Maar we zoeken we nog een handige, stijlvolle vormgever (m/v) die ons wat wil helpen met de lay-out.
Op vrijwillige basis, want het is een benefiet.

Ben jij een vormgever met kennis van Indesign, heb je er altijd al van gedroomd om een boekje te maken of wil je al meteen je goede daad van het jaar achter de rug hebben en zit je 's avonds toch maar te treuren dat De Slimste mens Ter Wereld is afgelopen, stuur ons dan een mailtje!

dinsdag 29 december 2015

Zsazsalmanak 2016, stand van zaken

zsazsalmanak
Klaar!
De Zsazsalmanak 2016 is AF!
En dit is de cover (door Kaat Pype)!
Met Toni, Mr Zsazsa, Mr Pype, twee konijnen én een glitterjeans.

zsazsalmanak
En dit is de inleiding.
Die heeft Eva geschreven, want ik had al de tekeningen al gemaakt.

zsazsalmanak
De kalender ziet er weer net zoals alle andere jaren uit.
Een vakske per dag, de officiële feestdagen worden ingekleurd en de schoolvakanties krijgen een gekleurd randje.

In tegenstelling tot vorig jaar staan er dit jaar geen foto's in, maar wel hopen tekeningetjes.


zsazsalmanak
Veel toffer hé, die tekeningen?
Dat vonden wij ook.
(Ze trekken hier wel op geen knijt, maar dat is omdat ik ze uit een pdf heb geknipt.)

U vindt ze elke maand terug op de bovenste helft van de kalender. Naast heel wat losse stukjes zijn er de vaste rubrieken, zo vertel ik elke maand wat je kan zaaien en oogsten in de moestuin, legt Eva uit waar de maandnaam vandaan komt, is er een spreuk én (daar zijn we heel blij mee) geeft Maartje van boekenwinkel Boekarest (volg die pagina!) elke maand een boekentip.
Anti-verveeltips, recepten, flowcharts over het wel of niet ontharen van uw benen, knutselideeën, een 3D-adventkalender en de Sinterklaaskalender 2016, er komt gewoon geen einde aan.

zsazsalmanak
Het enige minpunt is dat er dit en volgend weekend geen magazine bij Het Nieuwsblad zit zodat u nog twee weken moet wachten.

De Zsazsalmanak door Naais en Zsazsa
Zaterdag en zondag 9 januari gratis bij Het Nieuwsblad.
Buren, jullie kunnen hier op zoek gaan naar een verkooppunt in Nederland.
Wie zeker wil zijn van zijn exemplaar reserveert er best eentje bij de krantenwinkel.