woensdag 18 mei 2016

Er is hier geen plaats meer voor schorseneren

naam naam
Weten jullie in hoeveel kookboeken er gerechten staan met schorseneer?
Ik zal het u zeggen, in heel weinig!
Daar kom je dan natuurlijk pas bij uit wanneer je net zo'n kilo schorseneren hebt uitgestoken.
Paddestoelen had ik niet in huis, voor gratin vond ik het niet winters genoeg en kerstomaten had ik ook al niet liggen.
Maar ik was eigenlijk toch al in de richting van risotto aan het denken.
Toen ik later de restanten in een plantapot deed schoot me de goddelijke combinatie schorseneren-citroen-prei te binnen, een combinatie die perfect had kunnen lukken want ik deed ook een deel van de oerprei uit.

Tegen mijn natuur is dat, groenten oogsten voor ik weet wat ik ermee ga doen, maar in dit geval was het echt nodig.
De schorseneren moesten plaatsmaken voor pronkbonen en op de plaats van de oerprei moest dringend pastinaak gezaaid worden.
Ik krijg het dan altijd een beetje benauwd, want wat als ik nu geen tijd heb om te koken, of wat als ik nu echt niks lekkers kan bedenken en dan uiteindelijk een omelet maak, met prei die eigenlijk gaarder mocht zijn en ei dat helemaal uitgedroogd is.
Moestuinstress!

De oerprei verdween in een krant in de frigo en de schorseneren gingen dra in de risotto eindigen.
En dan keek ik naar die mooie matte schorseneerblaadjes en dacht ik: als het groen is zoals spinazie en je kan het stoven zoals spinazie, dan doen we toch gewoon alsof het spinazie is!
Dus nadat ik de schorseneren bakte in boter en ze apart zette om op het eind door de risotto te roeren, stoofde ik in dezelfde pan de blaadjes samen met een teentje look en wat zout en peper.
Proeven ... allright lekker! Beetje stugger dan spinazie maar wat beet in een risotto is nooit slecht.
Schorseneren en blaadjes op het eind door de risotto roeren, op smaak brengen met de zeste en sap van een citroen, peper en zout en dan uiteraard nog de parmezaan.

En toen dacht ik: hey, misschien moet ik maar eens wat meer moestuinkoken ipv kookboekkoken!
Maar dan kreeg ik al stress over de oerprei die nog in de frigo ligt.


naam

donderdag 5 mei 2016

Hoe Mme Zsazsa oerprei in tomaten veranderde

eenden en oerpreiIMG_1688

Ken je die mop over de man met autopech (platte band, geen krik) op een afgelegen weg die zich onderweg naar het enige huis in de omtrek alle mogelijke (negatieve) senario’s inbeeld en zich daar zo in opjaagt dat hij bij het opendoen van de deur roept: WEET GE, IK MOET UW KRIK AL NIET MEER HEBBEN! ?
Wel die man was ik toen ik vorig jaar naar mijn eerste tuinruildag reed.
-Ge gaat dat zien, iedereen is al weg met alle leuke dingen (want ik was natuurlijk weer te laat vertrokken)
-En wat als ik nu niks meer overheb om te ruilen en toch nog een plantje wil? Tof.
-Ik ken dat al, iedereen gaat alleen maar brol bijhebben, zo van die zielige plantenkneusjes in kapotte plastic potjes.
-Maar wel allemaal op mijn oerprei afvliegen.
-Was ik maar thuis gebleven, zo’n schoon weer.

Op de ruildag aangekomen parkeer ik mij ergens aan een gracht (Ze hebben zelfs geen deftige parking voorzien!) en probeer ik een evenwicht te vinden tussen zoveel mogelijk tegelijk dragen (een baby incluis) en heelhuids aankomen.
Ik sla nog maar het hoekje om en drie man snelt me al tegemoet. Kom geef die doos hier, waar wil je ergens staan? Amai zo’n schoon boeleke! Hier sé Madame Zsjasja, das nu ne keer tof sé. Wat hebt ge bij? Op die laatste vraag ga ik nog een keer of 16 keer moeten antwoorden. Oerprei, kent ge dat? Dat is een doorlevende preisoort, in de zomer eet je de ondergrondse bolletjes en in de lente de preitjes. Tof ze! Ruilen?
Maar dat ruilen blijkt niet zo strak toegepast te worden. Er wordt lichtjes anders te werk gegaan en het gaat ongeveer als volgt:
Je zoekt een plekje, stalt er alles uit (dat kan van een overschot tomatenplantjes over zelfgeoogste zaden tot hostascheuten gaan) en gaat dan wat rond. Als er ondertussen iemand bij je kraampje staat loop je rustig even terug, niemand zal je spullen roven terwijl je weg bent. Wil de geïnteresseerde een van je plantjes dan vraagt hij beleeft de toestemming en zegt dan iets als: En daar sta ik, kom sevens maar eens langs.
Voila, zo simpel als dat.

Allemaal een beetje moeilijk voor ons-de bedeesde Vlaming-, maar na een paar keer gaat het al wat vlotter.
Ik vertrok met 16 pakjes oerprei en keerde terug met tomaten, komkommers, meloenen, pompoenen, paprika’s, pepers en nog wat kapotte potjes met … planten. (Tip: neem een potlood en wat plantenetiketten mee want niemand houdt al die potjes uit elkaar. Ook wat zakjes of kartonnen dozen zijn geen slecht idee.)

Vooral met de tomaten, pepers en paprika’s was ik gelukkig, door gebrek aan tijd en ruimte had ik er zelf geen gezaaid en nu had ik in een klap van elk een heleboel variëteiten.
Dat is het grote geluk van ruildagen, in plaats van hopen zaad te kopen zaai je wat meer van een beperkt aantal groenten en die overschotten ruil je met gelijkgestemden. Geniaal, goedkoop en gezellig, want er waren niet alleen groenten maar ook koffie, thee en koekjes en dat smaakt allemaal zoveel lekkerder onder gelijkgestemden.



tuinruildagenDit jaar organiseren de verschillende Velt-afdelingen weer ruildagen, dit weekend zijn er in Diest, Kessel, Maasmechelen en Malderen. Hier vind je de adressen.

Heb je niks om te ruilen, dan kan je je geld gaan opmaken op de rommelmarkt van het Krugerplein in Borgerhout. Dorien en vrienden houden er een kruidenkraam open ten voordele van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Behalve plantgoed verkopen ze ook granola, aardpeerpickles, rabarberconfituur, zaadbommen, kookboeken en nog veel meer.

Organiseer jij ook iets dat in dit rijtje past, shoot, dan zet ik het erbij!


Deze tekst was eerder te lezen in de Nest van april.

donderdag 28 april 2016

Nu zaaien: Eetbare bloemen


Bloemen in de moestuin zijn de pickels bij de pekesstomp, de parmezaan op de pasta, het koekske bij de koffie, de olijfjes bij de wijn en de ajuintjes op de perparé. Het is niet per se nodig, maar het maakt het allemaal wat leuker.
Deze foto's zijn van drie jaar geleden, de moestuin heeft er nooit zo bloemig uitgezien als in dat eerste jaar. Dat er toen geregeld een fotograaf rondliep heeft er waarschijnlijk veel mee te maken.


Tijd voor een inhaalmanoeuvre!
Eind maart vulde ik 3 trays met elk 150 vakjes met bijna 20 verschillende soorten bloemen, twee weken later zagen ze er zo uit.
Een paar nachten later at een slak het grootste deel van de zaailingen op, vooral zinnia's blijken een slakkenlekkernij te zijn.
Ik verhuisde de trays van de grond naar een zaaitafel en plukte niet één maar zes babyslakjes van de onderkant.
Het blijft toch moeilijk om er begrip voor op te brengen, ook al zijn het baby's.


Bij de aanleg van de moestuin was het plan om enkel eetbare bloemen in de moestuin te hebben, dat leek mij wel duidelijk:
Hier mag je alles eten, daar niet.
Gaandeweg slopen er toch niet-eetbare bloemen in vingerhoedskruid, brandende liefde, zomeradonissen en monnikskap, allemaal giftig maar wel allemaal heel mooi. Ik veranderde mijn plan naar: Gebruik uw verstand en als je het mij nooit ziet plukken stop dan zelf ook geen vingerhoedskruid tussen uw smoske kaas.
Ik weet nog heel goed hoe mijn grootvader mij vroeger waarschuwde om toch maar niet mijn vingers in het vingerhoedskruid te steken, niet alleen kon er een bij inzitten, de plant was ook nog eens GIFTIG! Ik vertel mijn kinderen hetzelfde, dat houdt ze alert.

Maar dus toch wel voornamelijk eetbare bloemen tussen de groenten, en dat blijken er best wel wat te zijn.
Hierboven zie je naast de radicchio het afrikaantje, wijd en zijd geroemd om zijn aaltjesverdrijvende eigenschappen in de moestuin. Dat blijkt eigenlijk wel wat tegen te vallen, lees er hier meer over.


Vervolgens, dé eetbare bloem onder de eetbare bloemen. Oost-Indische kers, lekker, gemakkelijk te kweken, mooi en heel veelzijdig want niet alleen de bloemen zijn lekker, ook de blaadjes en zaden kan je opeten.
Maar er zijn nog veel veel meer eetbare bloemen, hieronder een lijstje!



Eetbare bloemen
De bloemblaadjes van zo goed als elke eetbare bloem kunnen gebruikt worden als (klein) onderdeel van een (fruit)slaatje, om gerechten, drankjes en gebak mee te op te vrolijken, om in te vriezen in ijsblokjes, om kleurrijke boters mee te maken en om te versuikeren. Die dingen staan er dus niet overal bij, maar je kan er wel vanuit gaan.
Pluk de bloemen met een stukje van de stengel en hou de bloem hieraan vast terwijl je de bloemblaadjes er af knipt. Zo blijft het bittere witte stukje vast aan de bloem. Doe dit ook met de bloemetjes voor de thee.
De bladeren van zo goed als alle eetbare bloemen mogen ook gegeten worden, bij de meeste geldt wel de regel dat de bladeren bitter worden wanneer de plant begint te bloeien (wanneer de bloemen verschijnen). Pluk daarom geen kom vol blaadjes voor de sla, maar proef eerst en pluk bij voorkeur de jongste blaadjes.

Afrikaantje, Tagetes. Zowel de bloemen als blaadjes mogen gegeten worden. Ze hebben een kruidige smaak, ietsje bitter. Gedroogd kunnen de bloemblaadjes als saffraanvervanger gebruikt worden.

Bergamot, Monarda didyma. Van zowel de bladeren en bloemen kan je een verfrissende en rustgevende thee trekken die zou helpen tegen hoest en koorts. De bloemen hebben een citrusaroma, met een hint van munt en oregano. De blaadjes proeven naar Earl grey.

Cosmos, Cosmos bipinnatus. De bloemen van cosmos zijn wel eetbaar maar hebben niet veel smaak. De bloemen en bladeren van de wilde cosmos (Cosmos caudatus) zouden smakelijker (en heel gezond) zijn om te eten en speciaal daarvoor geteeld worden.

Daglelie, Hemerocallis. De bloemblaadjes kunnen warm en koud in hartige gerechten of desserts gebruikt worden. Je kan ook de volledige gesloten bloemknop (gevuld of ongevuld) bereiden, haal de bloemknop door een losgeklopt eitje en vervolgens bloem en bak of frituur ze dan in wat hete olie. Gezondere manieren bestaan natuurlijk ook. Rauw voegen ze iets knapperigs toe aan slaatjes. De bladeren zijn jong het lekkerst, groot zijn ze te vezelig. In het voorjaar kan je de scheuten oogsten en bereiden. En ook de knolletjes in de grond kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Een winner!
De bloemen smaken fris-zoet en de wortels hebben een nootachtige smaak.

Damastbloem, Hesperis matronalis. De bloemetjes hebben een licht-pittige, iets geparfumeerde smaak met een heerlijke geur. Je brouwt er een lekker theetje van. De jonge bladeren hebben een waterkerssmaakje, ze zijn lekker (met mate) in de sla.
De zaden kan je gebruiken als kiemgroente.

Dahlia, Dahlia variabilis. Niet alleen de (neutraal smakende) bloemen maar ook de knollen kunnen gegeten worden. De plant behoort dan ook tot dezelfde familie als de aardpeer en yacon, ze bevatten eveneens veel inuline.

Driekleurig viooltje, Viola tricolor. De blaadjes, bloemetjes en bloemknoppen hebben een neutrale, iets zoetige smaak. Van de blaadjes kan je thee maken.

Geel duizendblad, Achillea ageratum. De varenachtige blaadjes worden wel eens als theevervanger gebruikt.
De bloemen hebben een zoete, iets pikante smaak.

Duizendschoon, Dianthus barbatus. De bloemen hebben een kruidige maar bloemige smaak die zowel bij fruit als groenten past.

Gekroonde ganzenbloem, Glebionis coronaria. De bloemen en blaadjes zijn lekker rauw , maar je kan de bloemen ook frituren voor ze toe te voegen aan gerechten. De jonge bladeren en stengels worden rauw en geblancheerd veel gebruikt in de Japanse keuken, de bloemen worden ook gebruikt in thee. Ze hebben een bittere, kruidige smaak.

Goudsbloem, Calendula officinalis. Gebruik de bloemblaadjes vers of gedroogd, gedroogd hebben ze een meer geconcentreerde smaak. Ze zijn ook heel geschikt om gerechten goud-geel te kleuren. De bloemen en blaadjes hebben een kruidige wat peperige smaak.

Juffertje-in-het-groen, Nigella damascena. De mooie eetbare bloemen in smaken licht-kruidig. Na de bloei verschijnen de mooie zaaddozen, de zaden die hierin zitten smaken wat naar nootmuskaat en worden vaak gebruikt in de Indiase en Turkse keuken.

Kamille, Matricaria chamomilla. Van de bloemetjes kan je vers of gedroogd een lekker kruidig kopje thee maken.

Kaasjeskruid, Malva sylvestris. De bladeren kunnen rauw en gekookt gegeten worden. Van zowel de bladeren en bloemen kan je thee zetten. De bloemen hebben een delicate, zacht zoete smaak. Ook de zaadjes kunnen gegeten worden, ze hebben een nootachtige smaak.

Klaprozen, Papaver rhoeas. De rode bloemblaadjes worden gedroogd om er thee van te trekken. Je kan er ook een mooie roze gelei of siroop mee maken. Ook de jonge blaadjes en de zaadjes worden gegeten. Het gekende maanzaad van op de pistolets, de zaadjes hebben een zoete, wat nootachtige smaak.

Komkommerkruid (bernagie), Borago officinalis. De blaadjes kunnen bereid worden zoals spinazie, rauw zijn ze niet zo lekker door de fijne haartjes. Van de bloemen en blaadjes kan een verfrissende thee getrokken worden. Heel de plant smaakt naar komkommer, ideaal voor in een glaasje Pimms.

Korenbloem, Centaurea cyanus. Van de (gedroogde) bloemen en blaadjes zet je een thee tegen verkoudheden. Maar bloemen en blaadjes kunnen ook rauw gegeten worden. De bloemen hebben een pittige, zoete smaak.

Lavendel, Lavandula angustifolia. Met mate toegevoegd kan lavendel in heel veel, stevige stoofschotels, cake, pudding, thee, limonade en aperitief. Maak een lekkere lavendelsuiker om te gebruiken in gebak of confituur.

Leeuwenbek, Antirrhinum. De bloemetjes van leeuwenbek hebben niet echt een uitgesproken smaak, ze zijn niet giftig en zijn mooi, misschien moet dat maar volstaan.

Meisjesogen, Coreopsis tinctoria. Nadat de bloemblaadjes in de sla zitten kan je nog thee trekken van het hart van de bloem.

Oost-Indische kers, Tropaeolum majus. Bladeren, bloemen en zaden kunnen een hele zomer door geplukt worden, ze hebben een peperige smaak vergelijkbaar met waterkers. De zaden gebruik je vers, fijngehakt met peterselie als afwerking of ingemaakt zoals kappertjes. Gedroogd kan je ze malen en gebruiken als een pepervervanger. Een van de meest toegankelijke en makkelijk verkrijgbare eetbare bloemen.

Plox, Phlox paniculata. Phloxbloemen hebben een lekkere zoete smaak en geur, ze worden vaak versuikerd om er gebakjes mee te versieren.

Saffloer, Carthamus tinctorius. Hoewel de mooie oranje bloemblaadjes mooi zijn om er gerechten mee te garneren worden ze vaker gedroogd gebruikt om gerechten mee te kleuren zoals saffraan. De blaadjes hebben een zachte smaak, je kan ze gebruiken als spinazie. De zaden kan je roosteren en gebruiken in gerechten bv in chutneys.

Sleutelbloem, Primula elatior. De jonge bladeren hebben rauw en klaargemaakt een zachte smaak. Ook de bloemen hebben geen uitgesproken smaak. Sleutelbloementhee zou helpen tegen slapeloosheid.

Spiegeleitjes, Limnanthes douglasii. Zowel de bloemen als de sappige blaadjes blaadjes hebben een zachte anijsachtige smaak.

Teunisbloem, Oenothera biennis. De blaadjes kunnen rauw of gestoofd gegeten worden. De bloemetjes smaken lekker zoet en hun geur doet wat aan wijn denken. Zowel de bloemknoppen, zaaddozen en zaden zijn eetbaar en in de herfst kan je de wortel oogsten en bereiden zoals schorseneer of pastinaak.

Stokroos, Alcea rosea. De jonge bladeren hebben een zachte smaak. De bloemen en bloemknoppen eet je rauw. Je kan van de bloemblaadjes ook een verfrissende thee trekken of er een siroop van maken.

Turkse drakekop, dracocephalum moldavicum. Het blad kan in de sla maar je kan er ook een heerlijke thee van zetten die naar limoen smaakt.

Vergeet-mij-nietjes, Myosotis sylvatica. De mooie blauwe, roze en witte bloemetjes hebben een neutrale smaak.

Vlasbloem, Linum usitatissimum. Vooral het zaad (flax) wordt veel gebruikt in brood en muesli of granola. Maar je kan er ook thee van zetten. Natuurlijk kan je de bloemetjes ook gebruiken.

Zinnia, Zinnia. De bloemblaadjes moeten het eerder hebben van hun sprankelende kleuren dan van hun nogal neutrale, iets bittere smaak.

Zonnebloem, Helianthus annuus. Zowel de bloemen, bloemknoppen als zaden zijn eetbaar. De bloemknoppen kunnen net zoals de bloemknoppen van artisjokken gestoomd worden of gebakken in boter. De zaadjes eet je vers, gedroogd of geroosterd, in brood of muesli. Je kan ze ook tot een 'noten'pasta malen of ze als kiemgroente eten. De geroosterde en gemalen zaadjes zijn een koffievervanger.

Al deze bloemen staan in onze moestuin (ik schrok er zelf van) maar het zijn ze nog niet allemaal want er zijn ook heel wat groenten en (on)kruiden met eetbare bloemen: aardperen, barbarakruid, basilicum, bieslook, boekweit, courgette, daslook, dille, dovenetel, drakekop, dropplant, engelwortel, haverwortel, hyssop, komkommer, knoflook, klaver, kolen, linde, look zonder look, madeliefjes, marjolein, oregano, paardenbloem, pimpernel, pompoen, prei, pronkboon, tijm, tuinboon, ooievaarsbek, salie, venkel, witloof en misschien be ik er nog wel wat vergeten.

En dan hebben we het nog niet over de bloemen aan de voordeur gehad: anjer, begonia, jasmijn, fuchsia, geranium, gladiolen, hibiscus, kamperfoelie, passiebloem, pioen, roos, sering, vlier, en ga zomaar door.
Hoe vrolijk gaat dat slaatje er deze zomer uitzien?


Zuurdesembrood met verse kaas, peper, zout en wat bloempjes.
Meteen een gespreksonderwerp bij het aperitief!



Een goed en mooi boek over koken met eetbare bloemen is Koken met kruiden en bloemen van Pip Mccormac.
Nadat Pip uitlegt welke kruiden en bloemen eetbaar zijn geeft hij nog 120 pagina's recepten.
Van het ontbijt over lichte- en hoofdgerechten tot drankjes, overal steken er bloemen in.
Koken met kruiden en bloemen - Pip Mccormac - Uitgeverij Good Cook - 160 pagina's - 19,95 euro

Ook in Meer smaak uit eigen tuin vind je heel wat ideeën om te koken met bloemen.
James Wong vult courgettebloemen, maakt bloemensuiker en -siropen en vertelt vooral heel veel interessante dingen over hoe je de smaak van je zelfgeteelde groenten kan verbeteren.
Zeer zeker de moeite!
Meer smaak uit eigen tuin - James Wong - Uitgeverij Fontaine - 224 pagina's - 24,95 euro

Bestel je een boek bij Booksetcetera gebruik dan de code ‘mmezsazsa’ en betaal geen verzendkosten.




Bron lijst eetbare bloemen: pfaf en Vers van Cees.
Ook altijd handig: Lijst eetbare bloemen en planten en Lijst van weinig of niet giftige planten

maandag 25 april 2016

De grote kuis met Mme Zsazsa

grote kuis
Elk voorjaar heb ik de neiging om aan de grote kuis te beginnen en elk jaar wordt het weer zomer zonder grote kuis.
Toch wel een geruststelling.

Maar dit jaar vlieg ik er echt in!
Ik ga mij eerst nog wat inlezen en dan zal ik er eens aan beginnen.
Sinds Groeten Uit Transitië kuis ik nog altijd heel weinig de vloer met ordinaire bruine/groene zeep, de ramen met azijn, de snijplanken met citroen en zout en het wasmachien met soda.
En met Kerst kreeg ik van Mr. Zsazsa het Handboek voor de thuisdrogist voor nog meer kuisinspiratie (gelukkig ook veel meer dan enkel kuisdingen, anders zou ik nog iets kunnen denken!).
Maar wat mij deze keer echt in gang gaat steken is de zsazsalmanakpagina van deze maand die ik 56 keer per dag passeer.
Wie heeft het boek van Marie Kondo nodig als je deze flowchart op je frigo kan hangen?

flowchart opruimen

Afprinten die handel!

donderdag 14 april 2016

Nogal een soep!

naam
De achterkant van de keukenkast is een plek waar ik maar zelden kom. Er liggen omgevallen pakjes paneermeel en bruine rijst, zakjes met bonen (azukibonen??) of zaden (fenegriek??) die ik nog in geen enkel recept tegenkwam, pakjes saromapudding die toch niet meer zo lekker bleken als in de jaren 80 en verschillende zakjes linzen uit tijden met veel goei voornemens.

Die linzen kwamen een paar weken geleden ineens van pas toen ik plots goesting had in een kom linzensoep, bij Dorien vond ik twee recepten, eentje met bruine linzen -die ik in de puinhoop niet terugvond en eentje met rode linzen die ik wel meteen vond.
Soep met rode linzen dus!
Dorien verzon de soep niet zelf maar haalde de mosterd bij Orangette, die pikte het recept dan weer van Melissa Clark.
Een soort van blogkettingbriefsoep, eentje die onderweg van de ene naar de andere blog maar weinig veranderde, altijd een goed teken.

Orangette noemt het a quiet soup, ik las abuuslijk quite a soup.
Die linzensoep van Orangette, da's nogal een soep!
Ik dacht: Die soep maak ik!

En al een chanse!
Met stip op nummer 1 in mijn linzensoeprepertoire.
Ik heb zelfs al een nieuw pak rode linzen in huis gehaald en ik roep u op om uw geitewollensokken aan te trekken en hetzelfde te doen! We're all hippies!

Rode linzensoep
2 uien, gesnipperd
4 teentjes look, fijngehakt
2 el tomatenpuree
2-3 tl gemalen komijn
mespuntje cayennepeper
2 l groentebouillon
400 g rode linzen, gespoeld
2 wortels, in blokjes
1 citroen
Bosje koriander
Lekkere olijfolie
zout, peper

1. Verhit wat olie in een grote pot en stoof de uien glazig. Voeg de knoflook toe en laat ze samen lichtjes bruinen. Roer er de tomatenpuree, komijn en cayennepeper onder, samen met een flinke snuif zout en peper, en roerbak dat alles nog enkele minuten.
2. Voeg de bouillon, linzen en wortels toe. Laat alles, gedeeltelijk afgedekt, sudderen tot de linzen zacht zijn (zo’n halfuur, maar dat hangt van de linzen af).
3. Mix de soep gedeeltelijk; leve de ambachtelijk ogende brokken. Je kan de soep verdunnen met nog wat water, als dat nodig is.
4. Breng de soep verder op smaak met zout, cayennepeper en veel citroensap (de hele citroen, als je ‘t mij vraagt).
6. Serveer de soep met een scheutje lekkere olijfolie en wat gehakte koriander.

Note: Het recept is zo goed als integraal gekopieerd, ik ga dat maar gewoon toegeven.
Ge hebt dat goed gezegd, Dorien!

donderdag 7 april 2016

Risotto met venkel²



Ik knabbel al eens graag op iets terwijl ik door mijn moestuin wandel. Niet zelden is dat venkel. Niet alleen omdat er zowat heel het jaar rond venkel in de tuin staat, maar vooral omdat ik een venkelfan ben. Ik ben niet de enige, iedereen hier lust wel venkel op de een of andere manier. Venkelthee, rauwe venkel, gestoofde venkel, geroosterde venkel, venkelzaadjes om op te kauwen, er zijn altijd wel meerdere liefhebbers.
Misschien is het nog altijd een gevolg van de liters venkelthee die ik dronk tijdens mijn zwangerschappen en aansluitend borstvoedingsperiodes, of is het gewoon omdat iets zoets er meestal wel ingaat, wie zal het zeggen?

Maar goed, ik stak dus vanmiddag een stuk venkelblad in mijn mond en ik wist dat ik dat op de een of andere manier op tafel moest krijgen, zo lekker zacht en zoet en zo smakelijk.
Toevallig lag er ook nog een venkelknol in de koelkast, venkel met venkel, daar moest iets mee aan te vangen zijn.

Het was trouwens geen liefde op het eerste zicht tussen mij en venkel. We gaan terug naar de jaren 90, een taverne in de Kempen, de kerstmenu. "Allee, een kwart ajuin, wie serveert dat nu?" "Dat is venkel, onnozel" krijg ik als antwoord. In my defence, ik vond het wel een speciale ajuin, maar toch niet zo speciaal dat ik zweeg. Een berg overgare spruiten, een halve stronk verbrand witloof en een kwart glazige ajuin, past toch perfect samen?

Goed, die venkel van de jaren 90 past niet in het gerecht dat ik in gedachten heb, ik wil gekarameliseerde venkel met een klein beetje knoflook en wat citroenzeste en dan een berg vers gehakt venkelblad er door. En omdat een mens niet elke dag pasta kan eten maak ik een simpele risotto voor erbij. Het was heerlijk en het was allemaal op.


Voor 4
-2 venkelknollen
-2 sjalotjes, gesnipperd
-400 gram risottorijst van een goed merk
-2 liter groente- of kippenbouillon
-parmezaan
-een takje of zes venkelgroen,
heb je dit niet gebruik dan dille of wat dragon en zeker het groen dat met wat chanse nog aan de knol zit.
-een klein teentje knoflook
-olijfolie
-boter
-zout en peper
-chilivlokken
-1 biologische citroen

-Snij de venkelknol in twee of vier, spoel onder de kraan en snij de kwarten dan in kleine partjes.
-Verwarm de oven voor op 175°.
-Bak de partjes in wat olijfolie tot ze beginnen te kleuren, dit duurt zo'n 10 minuten. Kruid ze met peper, zout en chilivlokken.
-Leg de venkelpartjes in een ovenschaal en roer de aanbaksels in de pan los met een flinke geut bouillon (of wat vermout!), doe het vocht bij in de ovenschaal en zet de schaal in de oven.
-Zet de pan terug op het vuur met een klontje boter en wat olijfolie, stoof hierin de sjalot (en misschien wat venkelzaadjes, dat ik daar nu pas aan denk!).
-Wanneer de sjalotjes glazig zijn doe je de rijst bij in de pan, roer tot alle korreltjes glanzen van de boter.
-Giet zoveel bouillon bij de rijst tot alles onderstaat, laat de rijst rustig koken tot het vocht is opgenomen, voeg dan weer vocht toe, enz. Roer af en toe, maar niet maniakaal.
-Controleer na een kwartier of de venkel gaar is, zet dan de oven uit en laat de venkel in de oven tot de rest klaar is.
-Wanneer de rijst zo goed als gaar is roer je een flinke klont boter en een hoopje geraspte parmezaan door de risotto. Zet het vuur uit en leg een deksel op de pan.
-Snipper het venkelgroen met het kleine (of halve) teentje knoflook en de zeste van de citroen. Haal de venkel uit de oven en roer het grootste deel van de kruiden door de venkel. Proef of je zout of peper moet toevoegen.
-Haal het deksel van de pan risotto, roer alles nog een laatste keer door elkaar, leg er dan de venkelparten op en werk af met de resterende kruiden en wat partjes citroen.



Knolvenkel is nogal een delicate groente in de tuin, te koud opgekweekt schiet het door voor er sprake is van een deftige knol, is het te warm of te droog van hetzelfde laken een broek. En wanneer het gaat vriezen moeten alle knollen geoogst worden.
Best een lastige klant.
Veel gemakkelijker om te telen is de doorlevende venkel. Deze vormt geen knol maar enkel lange (+2 m) stengels die je kan pellen en dan zo opknabbelen of stoven. Het hele jaar door komt er nieuw blad bij, ze verschijnen als zachte maar knapperige scheutjes in de oksels. De plant zaait zichzelf uit, dus ééns doorlevende venkel, altijd doorlevende venkel.
Oogst de zaden in september, hou een deel bij om te gebruiken in de keuken (thee, bij geroosterde groenten, gestoofde uien of in currygerechten) en deel de rest uit!

Op de foto staan nog twee andere doorlevende groenten, bovenaan zie je een toefje winterpostelein (is eenjarig maar zaait zichzelf uit) en de blaadjes onderaan zijn die van daslook.



zondag 3 april 2016

Traagheid

naam

Sinds kort loop ik weer. En hoewel de feestdagen - bijhorende kilo’s en daaruit voortvloeiende goede voornemens - nog niet zo lang achter ons liggen hebben ze er toch niet alles mee te maken. De reden van mijn plotse vlaag van sportiviteit heeft alles te maken met onze hond. Want wanneer onze hond niet dagelijks flink wat lichaamsbeweging krijgt verzint hij wel zelf een leuk alternatief. Zo speelt hij graag jachttafereeltjes na met mijn gieters, hij werpt ze wild in de lucht en vangt ze dan woest op om er vervolgens met een genadeslag in de nek (dat is dan de teut) korte metten mee te maken. Wortels of bieten opgraven vindt hij ook tof, die peuzelt hij dan op voor de achterdeur. Soms zie ik hem in de verte met een keerborstel rondcrossen. En er was ook een tijd dat hij de was van de draad trok, of gewoon heel het wasrekje tegen de grond meesleurde. Werkelijk wanhopig werd ik daarvan. Maar veel gewandel, drie gieters en vooral veel gevloek later doet hij het wasding toch al een hele poos niet meer.
Wortels en bieten blijft hij nog af en toe verslinden, maar hey, het hadden ook onze kippen, eenden of katten kunnen zijn natuurlijk en die laat hij (jachthond zijnde) toch maar mooi met rust.

Op de dagen dat het weer wat minder is of dat ik geen tijd heb dan lopen we ons toertje.
De hond doet zijn ding en ik ben twee keer zo snel weer terug.

Maar dat is eigenlijk heel hard tegen mijn natuur. Ik kan namelijk enorm genieten van traagheid.
Waarom iets aangenaams snel doen als je er door traag te zijn dubbel zo lang van kan genieten?
Want hoe leuk is dat eigenlijk niet, een klein half uurtje per dag niks moeten en niks kunnen, juist wandelen en wat rondkijken. Wie wil er aan de yoga als je ook gewoon kan wandelen?

Die traagheid pas ik op zoveel mogelijk vlakken toe. Ik begin met plezier een uur vroeger te koken zodat ik alles lekker traag op een zacht vuurtje kan laten garen. Terwijl heb ik dan nog tijd om wat wortels of appels te schillen voor de kinderen. Die kunnen namelijk niet altijd even hard lachen met mijn traagheid.

Ook in de tuin vind ik traagheid een fijn idee, waarom een kant-en-klare tuin bestellen bij de tuinaannemer als je zelf plezier kan beleven aan de aanleg er van om zo traag alles te zien evolueren naar een geheel dat perfect aanvoelt.
Drie jaar geleden legde ik een nieuwe moestuin aan. Twee jaar geleden maakte ik nog een extra brede strook vrij voor bloemen, die vorig jaar dan eerder vol onkruid bleek te staan. Een paar wandelingen dacht ik over het probleem na en de oplossing bleek even geniaal als simpel. Ik zou het onkruid overbluffen met woekerende pompoenen en Oost-Indische kers. Niet eens heel veel wiedbeurten laten gaf het onkruid zich gewonnen tegen de oprukkende pompoenen en bloemen. En nu nog altijd houden de resten van deze twee de strook vrij van onkruid.

In het najaar maakte ik een nog nieuwe strook vrij, deze keer aan de zijkant van de moestuin. Er kwamen 15 laagstamfruitbomen, die plantte ik op een mooi, zonnige weekend in december, in t-shirt.
Wie wil er aan de yoga als je ook gewoon wat in de moestuin kan werken?


Deze tekst was eerder te lezen in de Nest van februari.