In de begindagen van Honger! toen het boek alleen nog maar in mijn hoofd zat was ik van plan om ook de foto's zelf te doen, klonk keiromantisch. Mme Zsazsa maakt een kookboek waarbij ze alles zelf doet, van de groenten kweken, over de recepten bedenken tot de foto's trekken. En toen zei Els dat ze met zo'n foto's echt geen boek ging maken. Verwaande vormgeefsters, wie zijn ze en waar zijn ze mee bezig? Maar ik kon ze eigenlijk alleen maar gelijk geven, ge ziet het zelf ook.
(Ik heb er geen minderwaardigheidscomplex over ofzo, dus ge moet mij niet oppeppen.)
Maar dat wou ik eigenlijk niet vertellen, ik geef het juist efkes mee voor iemand zou denken dat ik ook echt alles kan ofzo.
Niet waar dus, ik kan geen schoon foto's trekken, al veel geprobeerd en zelden een succes.
Ik kan trouwens nog veel andere dingen niet, maar daar gaat het nu niet over.
Maar wat wou ik eigenlijk wel zeggen?
Ik wou iets zeggen over mijn eten van vanavond, want wat vanavond gebeurde was eigenlijk zowat de samenvatting van heel afgelopen jaar.
Ge moet weten, ik ben dit weekend een beetje zielig, want terwijl jullie allemaal aan vijvers en zeeën lagen te zonnen zat (zit) ik binnen achter mijn computer. In mijn onderbroek. (Want als ik lang binnen zit achter mijn computer dan word ik altijd wat vetter en dan spant mijn broek. Doch dit terzijde.).
Mijn lief zit net als jullie allemaal ergens aan een vijver met een bende vrienden en voorzekers veel drank en moppen en vlees en andere dingen (wat doen mannen eigenlijk nog?). En mijn kinderen zitten bij hun vader. Hopelijk ook ergens aan een vijver.
Dus, samenvatting, iedereen is leuke dingen aan het doen en ik zit hier moederziel alleen. Zielig dus.
Gisteren was ik ook al alleen en was iedereen ook leuke dingen aan het doen. Maar gelukkig heb ik leuke vrienden die mij uitnodigden om frieten te komen eten (waardoor ik dan eigenlijk nog vetter werd) en werd het toch nog een leuke dag.
Voelt ge de emotionele balans?
Op die balans zit ik dus al een jaar.
Dat zal allemaal wel normaal zijn zeker.
Goed! Om een lang verhaal kort te maken ... vanavond belde mijn vader om te vragen of ik mee iets ging eten waar ik neen op zei want ik had geen honger om dan een half uur later te scheuren van de honger. Uiteraard.
Omdat niemand mag weten dat ik emotioneel nogal op een balans zit vertikte ik het om terug te bellen en begon te zuchten en steunen dat er niks in huis was om te eten. Ge moet weten ... de moestuin, dat is een windernis, ik kan blijkbaar niet én een huishouden runnen én een boek schrijven én keiveel kussen met mijn lief én elke dag eten maken én een moestuin onderhouden. En ik kan ook al geen foto's trekken.
Maar toen ... herinnerde ik mij dat ik vanmiddag bij het passeren van een proper stukske moestuin bij de suikererwten al schoon exemplaren had gezien, ow ja, anders couscous met iets pestoachtig, die dikke zoete suikererwten en bruin gebakken uien! Tijdens het bereidingsproces in mijn hoofd kwamen er nog wortels en fetakaas bij en toen ik die laatste uit de diepvries ging halen kwam ik nog een doos spinazie tegen die daar precies al een eeuwigheid lag.
En toen was ik weer gelukkig.
Zo snel gaat dat.
En weet ge wat, ik vond bij het terugzetten van de spinazie nog een doos crème en in de kast lag nog wat pure chocolade en in de frigo een aangebroken potteke room (dat maakt samen bangelijke warme chocoladesaus).
Ik zat nu toch al in mijn onderbroek.
Couscous met pekes en erwtjes en gebakken uien
Voor twee, maar ik was aleen.
- een flinke handvol peultjes, erwten of suikererwten.
- 2 wortelen, geschild en in staafjes
- 1 dikke ui, in maantjes
- 2 teentjes look
- wat takjes tijm en rozemarijn
- verse kruiden, gesnipperd, bv peterselie, dille, dragon, munt, basilicum, ...
- wat amandelen
- een kwart stuk feta
- een halve citroen
- een kopje couscous
- olie, zout en peper
- Bak de uien in een pan met wat olie terwijl je de andere groenten snijdt.
- Wanneer de uien beginnen bruinen (geef ze wat tijd) mogen de wortels en takjes tijm en rozemarijn erbij en wat later de peultjes of erwten en een gesnipperd teentje knoflook. Kruid alles met peper, zout en wat chilivlokken.
- Maak een pesto van de kruiden, het andere teentje look, wat noten, zout, het citroensap en de zeste en het stuk feta. Meng alles met olijfolie tot een smaakvol prutje.
- Wanneer de groenten genoeg gegaard hebben (ik heb ze graag beetgaar) strooi er dan de couscous over en meng goed. Zet alles net onder water en roer na een paar minuten. Proef om te controleren of de couscous voldoende zacht is en voeg anders nog wat water toe.
- Haal de pan van het vuur, vis de takjes tijm en rozemarijn er uit en meng alles met de pesto (of geef het er apart bij), schenk uzelf iets lekkers in en zeg: het is allemaal ommes zo erg nog niet.
Pekes en erwtjes anno 2017
Labels: Honger!, Koken, koken uit de tuin
Het kan verkeren zou Bredero zeggen
Het begon eigenlijk allemaal met de shampoo, die was op dus moest ik naar de winkel. Rap want niet veel tijd, ik moet nog wat schrijven en erwten zaaien en zo ongeveer nog 50 andere dingen doen. In de winkel passeer ik de koekjes, volkorenbiscuitjes met pure chocolade, lekkere koekjes, ineens liggen ze in mijn kar. Maar ik heb een vastendag, dus koekjes, dat mag eigenlijk niet, of toch zeker niet voor het eten. Eten dus! Thuisgekomen de moestuin in. Daar vallen twee dingen meteen op, de rabarber die enthousiast het deksel van de bleekpot omhoog duwt en de koolscheuten die maar blijven geven. En iedereen weet dat wanneer je koolscheuten niet plukt ze beginnen bloeien en dan is het gedaan met de oogst.
Iets met koolscheuten! Eens zien, wat heb ik eigenlijk nog niet gedaan met die scheuten? Gisteren vertelde Dorien nog enthousiast over risotto met geblancheerde scheuten met wat olie en citroen... Lekker, maar risotto, zoveel werk voor een rap lunchke. Eens zien welke snellere granen er in de kast liggen. Bulgur! In dezelfde afdeling van de droge voeding liggen in mijn schap ook de peulvruchten, oh rode linzen ... oh die lekkere soep met koriander, want daar staat de serre vol mee!
Rabarber, rode linzen, koolscheuten en bulgur.
Laat ik rabarbercrumble maken, rode linzensoep en bulgur met geroosterde koolscheuten, dan kan ik die halve bloemkool die nog in de koelkast ligt ook roosteren. Ja, strak plan! Maar die bulgur, gaat dat wel genoeg zijn? Anders moet ik er een blik kikkererwten bij kappen? Oh en dat vocht, daar kunt ge chocomouse en meringue mee maken heb ik eens gelezen, ik zal dat eens rap testen. En die bananen in het rekske, allee weeral bruin, anders ook maar rap een bananencake de oven in nu die toch al opstaat.
Zes uur later.
Bon, als je me even wil excuseren, ik heb een afwaske te doen.
Bulgur met knapperige kool en knoflokerige citroen/pindakaasdressing
Die geroosterde koolscheuten, dat is een succes, de blaadjes worden lekker krokant ware het koolchips en de scheuten zijn dan nog wat knapperig. Fijne combinatie. En broccoli is altijd lekker met wat citroen en knoflook. En pindakaas is eigenlijk ook altijd lekker. Niet waar?
Voor 2 personen
- 2 handen koolscheuten
- 1/2 bloemkool, in roosjes
- 1 blik kikkererwten
- 100 gram bulgur
- olie, zout en peper
- 2 teentjes look, in het velletje
- 5-6 el fijngehakte zachte tuinkruiden: peterselie, dille, koriander en munt
Voor de dressing
- 3 el pindakaas (of tahini)
- 3 el citroensap
- 2 el water
- 1 tl honing
- chilivlokken naar smaak
- peper en zout
- Spoel de bulgur onder koud water en laat de korreltjes dan wellen in voldoende koud water.
- Verwarm de oven voor op 225°.
- Sorteer de koolscheuten, de struisere mogen samen met de bloemkoolroosjes en de knoflook in een ovenschaal, druppel er wat olie over en hussel met wat peper en zout door elkaar. De fijne hou je aan de kant.
- Zet de ovenschaal een kwartier in de oven en maak terwijl de dressing door alle ingrediënten te mengen.
- Giet de kikkererwten af en meng met de gewelde bulgur in de schaal waarin je alles gaat serveren.
- Haal de groenten uit de oven en duw de look uit hun velletjes, plet de zachte teentjes en roer het prutje onder de dressing. Meng 2/3de van de dressing met de bulgur en kikkererwten en roer er dan de kruiden en fijne koolscheuten onder. Schik de groenten over de bulgur en werk af met de resterende dressing.
Labels: Koken, koken uit de tuin
Gnocchi met erwten, spinazie en citroen
Ineens begint de lente dus op de 20ste maart en niet meer op de 21ste zoals toch duidelijk staat aangegeven op de Zsazsalmanak.
Maar goed, iedereen kan zich al eens vergissen, zelfs de weerkundige dienst maakt fouten.
Om het begin van de lente te vieren lanceerde Velt gisteren de Lentekeuken. Het concept? Bereid een feestelijke maaltijd met seizoensgroenten voor familie of vrienden en roep online van de daken #lentekeuken hoe heerlijk zo’n seizoensmaaltijd smaakt.
Daar doen we graag aan mee!
Gisteren was De groene prinses aan de beurt en vandaag is het mijn toer. Toen ik mijn gerecht een paar maand geleden doorgaf had ik wel gedacht dat er al erwten zouden zijn, niet dus. Ziet, zelfs Mme Zsazsa vergist zich al eens!
Dit is een snel gerecht geworden, erwten uit de diepvries (die wel in het juiste seizoen zijn ingevroren *ahum*), gnocchi uit een pakje en citroen uit de koelkast. Hier hoort dus eigenlijk spinazie uit een zak bij, maar er is altijd tijd voor een wandeling naar de serre, zowat de enige plaats waar hongerige kinderen mij gerust laten. (Als ik rap loop en niemand mij heeft zien vertrekken.)
Gnocchi met erwten, spinazie en citroen
Voor 3 personen
- een kopje (diepvries)erwten
- een klein brikje room (200 ml)
- 1 teentje knoflook, gesnipperd en geplet
- een vergiet spinazie
- de zeste en het sap van 1 citroen
- een pakje gnocchi van 500 gr, bv van DeLallo
- parmezaan
- olijfolie, zout en zwarte peper
1. Zet een grote pot met gezouten water op het vuur zodat je de gnocchi kan koken wanneer je de saus maakt.
2. Neem een pan waar meteen ook de gnocchi in past en zet op een laag vuurtje, roerbak de spinazie met wat olijfolie en de knoflook tot hij begint te slinken. Doe er dan de room, erwten, look, zout, citroenzeste en zwarte peper bij en laat alles een paar minuten sudderen. Haal het deksel van de pan en roer het citroensap door de room. Zet de pan aan de kant.
3. Giet de gnocchi af en bewaar wat van het kookwater. Kap de gnocci bij de spinazie met room en voeg een paar eetlepels van het kookvocht toe. Roer tot alles mooi gemengd is, rasp er wat parmezaan over en zet op tafel.
Labels: koken uit de tuin
Spaghettipompoen met linzenbolognese
Nog geen maand geleden zat ik nog te zagen dat ik maar geen spaghettipompoengerecht vond dat ik echt lekker vond en tsakaa, hier is er nu toch een!
Het probleem van spaghettipompoen is -vind ik- dat het niet vult, of het vult wel, maar is al na een kwartier verteerd en dan zit ge daar weer hongerig te wezen voor de tv. Heel slechte combinatie!
Het kan idd heel lekker zijn om de sliertjes te mengen met wat pesto of look en verse groene kruiden, maar het is allemaal geen avans als het niet vult.
Dus toen dacht ik zo ... wat als ik de pompoen nu vul met een andere gerecht dat wel vult! Ha!
En wat vult er beter dan linzen? Niet veel hé, zeker niet als er nog een dikke kaaskorst op ligt.
Dag een maakte ik de linzen en aten we het bij pasta (wat ook erg lekker was) en dag twee warmde ik de overschot weer op om er een spaghettipompoen mee te vullen en die met wat kaas erop nog even te grillen. En dat was eigenlijk nog lekkerder. Lekker smeuïg. En die kaaskorst natuurlijk hé. Alles is feitelijk lekker met een kaaskorst erop.
Het is zelfs zo dat wanneer je iets met een kaaskorst erop post, iedereen het recept wilt weten. Zo ook verging het de spaghettipompoen op Facebook.
Dus, bij deze, Het Recept en ik hoop van harte dat het smaakt!
Ik las eens dat je ze best op deze manier doorsnijdt omdat je dan langere sliertjes hebt, je ziet hier ook goed de richting van de sliertjes. In de praktijk heb ik nooit lange slierten maar gewoon korte stompkes. Misschien moet ik volgende keer de pompoen wat sneller uit de oven halen. Maar als ik ze op deze manier doorsnijd dan passen ze wel perfect in dit ovenschaaltje.
Moest ik dat belangrijk vinden.
Voor 4
- 2 spaghettipompoenen, gehalveerd en de zaden eruit gehaald
- 1 rode of gewone ui, fijn gesnipperd
- 1 wortel, in kleine blokjes
- 1 stengel selder of de steeltjes van peterselie, in kleine blokjes
- 5 tomaten in blokjes gesneden of een blik tomaten
- 150 g gedroogde groene linzen
- 3 teentjes knoflook, gesnipperd
- 1 tl oregano, gesnipperd
- 1 tl rozemarijn, gesnipperd
- 1 tl tijm, gesnipperd
- 1/2 tl komijn
- 1 snuifje kaneel
- een mespunt gerookt paprikapoeder
- een mespuntje chilipoeder of cayennepeper
- 1 blikje tomatenpuree
- 100 ml rode wijn
- 100 gram mozzarella of andere smeltkaas
1. Fruit de ui met wat olijfolie in een pan waar je een deksel van hebt. Een 4de van de gesnipperde kruiden (look, oregano, rozemarijn en tijm) heb je straks nodig bij de spaghettipompoen, de rest van de kruiden en de wortel- en selderblokjes mogen allemaal bij de ui. Geef de groenten genoeg tijd om gaar te worden, roer geregeld tot de groenten zacht zijn en beginnen te bruinen, tijd is smaak! Dan mogen de specerijen (kaneel, paprikapoeder en chilipoeder), wat peper en zout en de inhoud van het potje tomatenpuree erbij. Laat alles nog even bakken zodat de tomatenpuree de tijd krijgt om zoeter te worden. Na een paar minuten mag de rode wijn bij de groenten, laat alles inkoken en kap er dan de linzen, tomaten en 200 ml water bij, roer, zet het deksel op de pan en laat 20 minuten sudderen. Roer af en toe en als alles naar het einde toe nog erg nat is dan haal je het deksel van de pan zodat het vocht kan inkoken.
2. Verwarm de oven voor op 225°. Zet de pompoenhelften in een ovenschaal met de opening naar boven, verdeel de resterende kruiden over de vier helften, strooi er wat zout over en druppel er wat olie bij. Smeer de binnenkanten goed in en draai ze dan om in de schaal. Je mag een beetje proppen, de helften krimpen wat zodat alles straks wel past. Zet de pompoenhelften een half uur in de oven en probeer dan al eens met een vork of de binnenkant gaar is. Anders zet je de pompoen nog wat langer in de oven. Laat ze in de oven staan wanneer ze gaar zijn.
3. Zet de mixer in de linzen wanneer deze gaar zijn, mix de saus niet heel grondig, een paar keer op en neer is genoeg, zo behoud je genoeg structuur. Proef of de saus op smaak is, kruid anders nog bij met zout of peper.
4. Haal de pompoen uit de oven en giet het vocht dat eruit komen lopen is weg, draai de helften om en vul ze met het linzenmengsel, verdeel er de kaas over en zet nog 5 minuten onder de grill.
Labels: Koken, koken uit de tuin
Potje pasta met snijbiet en champignons
Zoals je kan zien zijn we er nog niet. Ik heb er al een fotografiebijles opzitten, maar een is duidelijk geen.
Het is ook niet simpel hé seg, witbalans, scherpte/diepte, diafragma en dingens, er was nog iets.
Nog veel waarschijnlijk.
Ik weet het.
Maar! Deze foto wil ik ondanks alle gebreken toch wel delen, want deze pasta was gisteren een succes, en dat -lieve lezertjes- is een wonder!
Dat oudste kind van mij is namelijk een groenteweigeraar, zo eentje die al op voorhand begint te kreunen als hij iets van groente ontwaart in de keuken. Wat nogal eens voorkomt hier, dat had je al in de mot.
We hebben daar trouwens wat regels over:
1. Niet op voorhand zagen.
2. Van alles één keer proeven, met een open blik.
3. Eerst alles wat je wel lust opeten en dan vragen of je iets mag laten liggen.
4. Vies mag niet gebruikt worden.
5. Bord niet leeg (of een compromis) is geen snoep tot het volgend avondeten.
Nog geen énkele keer, op àl die jaren heeft hij zich aan één puntje gehouden.
Elke avond wilt hij verhuizen en wil ik hem inwisselen.
Dus wat er gisteren gebeurde was een waar mirakel, en het is nog twee maand tot Kerst!
Ik vind het best lekker zei hij en hij AT ZIJN BORD LEEG.
Uiteraard zei hij ergens halverwege dat het toch niet te eten was, waarbij ik uithaalde en hij nog net kon roepen: grapke, seg!
(Ik zeg het, moest ge uw kinderen af en toe toch nog een lap mogen geven, ze zouden wel eten!!)
Deze pasta is zo'n lekker kalm aan receptje, op het gemakske alle groenten stoven tot ze bijna niet meer van elkaar te onderscheiden zijn, flesje zelfgemaakte passata erbij en dan de pasta, die mag gewoon in de saus meekoken.
Wanneer de pasta al denté is en de passata ingekookt tot een lekkere dikke saus roer je er wat kaas onder, dan nog juist wat kaas erop en in de oven voor een lekker korstje. Easy!
De groene paprika is geen vereiste, en de snijbiet ook niet, maar hey, wie zegt er nu neen tegen wat extra groenten?!
Wij al niet, zo gelukkig dat wij zijn als er gerechten met keiveel groenten op tafel verschijnen!
Voor 4 personen
- 4 brede snijbietstengels
Of laat de snijbiet vallen en roer er op het eind spinazie door.
- 1 groene paprika
- 250 gram champignons
- 1 ui
- 3 teentjes look, gesnipperd
- 1 el gehakte tijm
- 1 el gehakte rozemarijn
- 350 gram pasta
- 1 liter ovenpassata, van hele dikke passata mag je wat minder gebruiken en aanlengen met water.
- 250 gram mozzarella
- Zet een grote pan met wat olijfolie op een zacht vuurtje, fruit hierin de ui met de knoflook en kruiden terwijl je de snijbietstengels wast en in blokjes snijdt. De blokjes mogen bij in de pan, maar de bladeren laat je in hun geheel nog even aan de kant. Roer geregeld terwijl je ook de paprika’s en champignons in blokjes snijdt, doe de groenten meteen in de pan.
- Wanneer de groenten zacht zijn roer dan wat minder vaak zodat ze de tijd krijgen om te bakken en lekker bruin worden.
- Giet de passata in de pan en roer er de pasta onder. De pasta moet volledig onder staan, giet er anders een beetje water bij. Blijf geregeld roeren tot de pasta al dente is en je een dikkere saus hebt.
- Verwarm ondertussen de oven voor op 220°.
- Snij de snijbietbladeren in smalle repen en roer ze op het eind door de pasta. Wanneer ook die zacht zijn mag de helft van kaas erbij. Breek of snij de mozzarella in stukken en roer het door de pasta.
Heb je een ovenbestendige pan gebruikt (die in de oven past) strooi dan de andere helft van de kaas over de pasta, in het andere geval giet je de pasta eerst in een ovenschaal. Zet de pasta tien minuten in de oven of onder de gril tot de kaas gesmolten is en begint te bruinen.
Labels: Koken, koken uit de tuin
Tomatentaart met ricotta en spinazie
Mijn vader stamt nog uit de (late) jaren vijftig, dat zijn de jaren waarin nog echte mannen werden geboren. Mannen die een grote lap vlees willen bij elke maaltijd, mannen die lachen met spaghetti als avondeten, mannen die nadat ze iets vegetarisch voorgeschoteld krijgen vragen waar het hoofdgerecht blijft, mannen die pas van tafel gaan wanneer alles op is en hun riem een gaatje losser en vooral mannen die vinden dat vegetarisme voor wereldvreemde hippies is en dat ge uw kind er een groot onrecht door aandoet.
Al die mannen in een kwam gisteren binnen gewaaid toen ik bezig was met het slaatje voor bij de tomatentaart.
'Hebt ge al gegeten', vroeg ik. 'Neen ik ga sevens iets eten', zei de man. 'Kom, eet hier maar mee, het is tomatentaart' zei ik weer. 'Jaja, dat gaan we nog zien, ik wil het eerst eens bekijken.'
Na de keuring wou hij mij dan toch een plezier doen door een klein stukske te proeven, waarna hij nog een klein stukske nam en toen allee vooruit nog een stuk dan terwijl hij zich dan ook maar ontfermde over alle sla die nog in de kom zat.
Er werd zelfs niet gemord over het glaasje kraanwater.
Dus toen heb ik maar warme vanillepudding gemaakt als beloning, met hagelslag én boudoirkes.
Echte mannen zijn uiteindelijk ook maar gewoon kleine kinderen met een rijbewijs.
Om maar te zeggen: Een succes deze taart!
Ik maakte er vorige week eentje en deed dat gisteren nog eens over.

De taart op de foto is die van vorige week, daarvan bakte ik de taartbodem eerst blind, maar dat kwam dan precies toch wat te donker uit (maar wel heerlijk kruimelig) dus gisteren wou ik eens testen of dat blindbakken eigenlijk wel nodig is.
Wel, ik weet het eigenlijk niet. Ik denk eigenlijk wel dat een beetje beter gebakken nog lekkerder was geweest, dus misschien moet iedereen dat gewoon zelf beslissen.
De taartbodem
- 200 gram bloem
- 20 gram parmezaan, geraspt
- 100 gram boter in blokjes
- 1 ei
- 1,5 tl gehakte tijm
- ½ kl zout
- peper
- 2 el ijswater
- Stop de bloem, kaas en boter in de keukenrobot en laat hem draaien tot alles fijngemalen is, voeg dan het ei en de kruiden toe en giet er terwijl de keukenrobot terug aan het werk is lepel voor lepel het ijswater bij.
Stort het deeg op een werkblad of in een kom en maak er snel een geheel van dat je inpakt in plasticfolie. Leg het deeg minstens een half uur in de koelkast.
- Dit kan natuurlijk ook allemaal met de hand, wrijf de boter dan fijn met je vingertoppen en kneed vooral niet te lang.
De vulling
- 1 grote ui, fijngehakt
- 2 teentjes look, fijngehakt
- 1 el gehakte kruiden, tijm, rozemarijn en oregano
- 200 gram spinazie, gewassen en drooggezwierd
- 2 eieren
- 1 potje ricotta
- 20 gram parmezaan
- 3-4 tomaten, in plakken van een halve cm.
- zout, peper en olijfolie
- Haal het deeg uit de koelkast, laat het een kwartiertje rusten zodat het beter bewerkbaar is.
- Verwarm de oven voor op 220°.
- Strooi wat bloem op het werkblad en rol hierop het deeg uit tot het in de vorm past, druk de zijkanten goed aan. Normaal heb je nog wat deegoverschot, pak dit terug in en stop het in de vriezer, na een paar taarten heb je een hele taartbodem bij elkaar gespaard.
- Wil je de bodem blindbakken, leg dan een stuk bakpapier op de taartbodem en giet er bakerwten of bonen in, bak de taartbodem tien minuten in de warme oven. Haal dan het bakpapier met bonen uit de vorm en bak nog vijf minuten.
- Wil je de bodem niet blindbakken zet de vorm dan weer in de koelkast tot de vulling klaar is.
- Snij de tomaten in plakken die je uit elkaar op een propere keukenhanddoek legt, te natte tomaten zorgen voor een wakke taart.
- Fruit de ui met de gehakte kruiden, knoflook en wat zout, wanneer de ui zacht is en begint te bruinen mag de spinazie erbij, roerbak tot de spinazie geslonken is en zet dan het vuur uit. Als je de spinazie goed drooggezwierd hebt zou er geen vocht in de pan mogen liggen, giet het anders weg.
- Meng de ricotta, parmezaan en eitjes met de spinazie, kruid met peper en proef (ieuw rauw ei) of er nog zout bij moet.
- Giet het ricotta-spinaziemengsel in de taartbodem en schik de tomaten er op.
- Strooi er nog wat tijm en zout over, ook nog wat druppels olijfolie en zet de taart dan in de oven.
- Haal de taart na een half uur uit de oven om te controleren of het ricottamengsel al stevig genoeg is, zet ze anders nog 10 minuten in de oven, de temperatuur mag dan verlaagd worden naar 220°.
- Wat parmezaan raspen over de tomaten en dan nog vijf minuten in de oven is ook aanbevelenswaardig.
Labels: Koken, koken uit de tuin
Passata
Het was hier inderdaad erg rustig.
Dat had zo zijn redenen, een van de redenen is dat er ergens tussen het kaartje waar de foto's van mijn camera op staan en de usb-poort van mijn computer een mankement is waardoor ik 685 foto's lang geen foto's kon opladen.
Verwijder apparaat met te hoog verbruik om USB te heractiveren kwam er op.
Ik zat de afgelopen weken vaak maar wat te staren naar mijn computer.
Maar ook dat hielp niet. Een buurman wel, dus hey, hier zijn we weer!
Op elk van de 685 foto's staat er minstens één groente, soms nog aan de plant, vaak klaargemaakt.
Helaas zit ik nog altijd in de fase waarin ik 137 foto's moet trekken van hetzelfde gerecht voor ik één foto heb die ik kan gebruiken.
(Ik krijg deze week bijles van elza_d, dus misschien komt alles toch nog goed.)
Maar er komen binnenkort dus wel een paar gerechtjes aan die ik met u wil delen want ik heb mij voorgenomen weer wat beter alle succesgerechten te archiveren, en waar gaat dat beter dan hier?
Aha!
Dat dacht ik dus ook.
Het eerste recept dat ik gaarne met u wou delen is passata, alle credits voor Dorien, want sinds zij het mij op deze manier leerde maken heb ik het niet meer anders gedaan (en velen met mij). Het recept is ook terug te vinden in ons moestuinboek, neem dat er zeker bij als u grote hoeveelheden wil inmaken, alle tips en tricks vind je daar terug.
Alles begint met een bakplaat en een voorverwamde oven (200°).
Met deze bakplaat vol tomaten maak je genoeg passata om met 6-8 man een keer pasta te eten.
Ik vulde met alle tomaten op de eerste foto 8 ovenschalen en had aan het eind van de dag ongeveer 12 liter passata in flessen zitten.
Leg de schaal vol tomaten met hun snijkant naar boven, prop de tomaten niet te dicht op elkaar, want dan heb je na een uur een bodempje water in de ovenschaal, als de tomaten wat verder uit elkaar liggen hebben de sappen die vrijkomen voldoende tijd om in te koken tot een zalige zoete jus.
Over de tomaten strooi je een dikke gesnipperde ui, een gehakt rood pepertje, wat (4-8) ongepelde teentjes knoflook, een hoop kruiden (tijm, oregano, rozemarijn), een koffielepel zout, zwarte peper, desgewenst wat suiker of ahornsiroop en dan een geut olijfolie.
Zet de schaal in de oven voor minstens een uur, haal ze er pas uit als de tomaten zwarte randjes beginnen te krijgen.
Ik maak ook geregeld een extra vullende passata door er een courgette, aubergine of paprika bij te leggen. Je doet dan net zoals bij de gewone passata verder zoals hieronder.
Hang een puntzeef in een diepe pot en schep hem voor tweederde vol met de gare tomaten, duw de staafmixer voorzichtig naar beneden en zet hem dan pas in gang (toptip!). Blijf tomaten aanvullen tot de ovenschaal helemaal leeg is (uitschrapen!!). En blijf op en neer gaande bewegingen maken tot het volume niet meer zakt.

Duw het laatste beetje passata met een pollepel door de zeef en gooi dan de zaadjes en velletjes weg.
Je hebt nu een vrij dunne - maar al heel smaakvolle- tomatensaus die je best nog even inkookt.
Het moment om nog wat extra smaak toe te voegen, dat doe je met een tomatenblad en de steeltjes van een bosje basilicum.
Laat de saus inkoken tot ze de gewenste consistentie heeft en vis er dan het blad en de takjes uit.
Wil je de saus inmaken zorg dan voor wat propere weckbokalen die je nog even uitkookt, vul ze met de hete saus en sluit ze meteen af.
Zet de potten onder in warm water, verhit het water langzaam in 25 minuten tot het sudderpunt (88°). Laat het daarna nog 25 minuten sudderen.
(Uit De Moestuin van Mme Zsazsa)
Ik heb geen weckpotten en deed de saus heet in steriele glazen flessen. Elke keer we een fles passata eten ben ik dus nu bevreesd voor enge ziektes die kunnen ontstaan door foutief inmaken. Maar ik ken mensen die het al jaren zo doen en beweren dat de passata ook zo maanden (zo niet jaren) goed blijft, ik ga er voor zorgen dat de flessen eind dit jaar zeker op zijn. Dat zou normaal geen probleem mogen zijn.
Uiteraard gooi je flessen die tekenen vertonen van bederf weg (of de inhoud dan toch.)
Maak je passata om direct op te eten dan kan je het inkoken overslaan door de pasta meteen in de saus te koken.
Geniaal, al zeg ik het zelf.
Korte pasta gaat uiteraard een pak makkelijker dan spaghetti.
Hou de saus goed in de gaten en giet er indien nodig wat water bij zodat er niks aanbakt.
Geef er wat kaas en pittigheid bij voor degene die willen.
Heb je nog een restje saus over dan kan je er de dag nadien een heerlijke soep van maken door wat bouillon toe te voegen.
Mar veel zal er niet overschieten.
Labels: Koken, koken uit de tuin
Er is hier geen plaats meer voor schorseneren
Weten jullie in hoeveel kookboeken er gerechten staan met schorseneer?
Ik zal het u zeggen, in heel weinig!
Daar kom je dan natuurlijk pas bij uit wanneer je net zo'n kilo schorseneren hebt uitgestoken.
Paddestoelen had ik niet in huis, voor gratin vond ik het niet winters genoeg en kerstomaten had ik ook al niet liggen.
Maar ik was eigenlijk toch al in de richting van risotto aan het denken.
Toen ik later de restanten in een plantapot deed schoot me de goddelijke combinatie schorseneren-citroen-prei te binnen, een combinatie die perfect had kunnen lukken want ik deed ook een deel van de oerprei uit.
Tegen mijn natuur is dat, groenten oogsten voor ik weet wat ik ermee ga doen, maar in dit geval was het echt nodig.
De schorseneren moesten plaatsmaken voor pronkbonen en op de plaats van de oerprei moest dringend pastinaak gezaaid worden.
Ik krijg het dan altijd een beetje benauwd, want wat als ik nu geen tijd heb om te koken, of wat als ik nu echt niks lekkers kan bedenken en dan uiteindelijk een omelet maak, met prei die eigenlijk gaarder mocht zijn en ei dat helemaal uitgedroogd is.
Moestuinstress!
De oerprei verdween in een krant in de frigo en de schorseneren gingen dra in de risotto eindigen.
En dan keek ik naar die mooie matte schorseneerblaadjes en dacht ik: als het groen is zoals spinazie en je kan het stoven zoals spinazie, dan doen we toch gewoon alsof het spinazie is!
Dus nadat ik de schorseneren bakte in boter en ze apart zette om op het eind door de risotto te roeren, stoofde ik in dezelfde pan de blaadjes samen met een teentje look en wat zout en peper.
Proeven ... allright lekker! Beetje stugger dan spinazie maar wat beet in een risotto is nooit slecht.
Schorseneren en blaadjes op het eind door de risotto roeren, op smaak brengen met de zeste en sap van een citroen, peper en zout en dan uiteraard nog de parmezaan.
En toen dacht ik: hey, misschien moet ik maar eens wat meer moestuinkoken ipv kookboekkoken!
Maar dan kreeg ik al stress over de oerprei die nog in de frigo ligt.
Labels: Koken, koken uit de tuin
Risotto met venkel²

Ik knabbel al eens graag op iets terwijl ik door mijn moestuin wandel. Niet zelden is dat venkel. Niet alleen omdat er zowat heel het jaar rond venkel in de tuin staat, maar vooral omdat ik een venkelfan ben. Ik ben niet de enige, iedereen hier lust wel venkel op de een of andere manier. Venkelthee, rauwe venkel, gestoofde venkel, geroosterde venkel, venkelzaadjes om op te kauwen, er zijn altijd wel meerdere liefhebbers.
Misschien is het nog altijd een gevolg van de liters venkelthee die ik dronk tijdens mijn zwangerschappen en aansluitend borstvoedingsperiodes, of is het gewoon omdat iets zoets er meestal wel ingaat, wie zal het zeggen?
Maar goed, ik stak dus vanmiddag een stuk venkelblad in mijn mond en ik wist dat ik dat op de een of andere manier op tafel moest krijgen, zo lekker zacht en zoet en zo smakelijk.
Toevallig lag er ook nog een venkelknol in de koelkast, venkel met venkel, daar moest iets mee aan te vangen zijn.
Het was trouwens geen liefde op het eerste zicht tussen mij en venkel. We gaan terug naar de jaren 90, een taverne in de Kempen, de kerstmenu. "Allee, een kwart ajuin, wie serveert dat nu?" "Dat is venkel, onnozel" krijg ik als antwoord. In my defence, ik vond het wel een speciale ajuin, maar toch niet zo speciaal dat ik zweeg. Een berg overgare spruiten, een halve stronk verbrand witloof en een kwart glazige ajuin, past toch perfect samen?
Goed, die venkel van de jaren 90 past niet in het gerecht dat ik in gedachten heb, ik wil gekarameliseerde venkel met een klein beetje knoflook en wat citroenzeste en dan een berg vers gehakt venkelblad er door. En omdat een mens niet elke dag pasta kan eten maak ik een simpele risotto voor erbij. Het was heerlijk en het was allemaal op.
Voor 4
-2 venkelknollen
-2 sjalotjes, gesnipperd
-400 gram risottorijst van een goed merk
-2 liter groente- of kippenbouillon
-parmezaan
-een takje of zes venkelgroen,
heb je dit niet gebruik dan dille of wat dragon en zeker het groen dat met wat chanse nog aan de knol zit.
-een klein teentje knoflook
-olijfolie
-boter
-zout en peper
-chilivlokken
-1 biologische citroen
-Snij de venkelknol in twee of vier, spoel onder de kraan en snij de kwarten dan in kleine partjes.
-Verwarm de oven voor op 175°.
-Bak de partjes in wat olijfolie tot ze beginnen te kleuren, dit duurt zo'n 10 minuten. Kruid ze met peper, zout en chilivlokken.
-Leg de venkelpartjes in een ovenschaal en roer de aanbaksels in de pan los met een flinke geut bouillon (of wat vermout!), doe het vocht bij in de ovenschaal en zet de schaal in de oven.
-Zet de pan terug op het vuur met een klontje boter en wat olijfolie, stoof hierin de sjalot (en misschien wat venkelzaadjes, dat ik daar nu pas aan denk!).
-Wanneer de sjalotjes glazig zijn doe je de rijst bij in de pan, roer tot alle korreltjes glanzen van de boter.
-Giet zoveel bouillon bij de rijst tot alles onderstaat, laat de rijst rustig koken tot het vocht is opgenomen, voeg dan weer vocht toe, enz. Roer af en toe, maar niet maniakaal.
-Controleer na een kwartier of de venkel gaar is, zet dan de oven uit en laat de venkel in de oven tot de rest klaar is.
-Wanneer de rijst zo goed als gaar is roer je een flinke klont boter en een hoopje geraspte parmezaan door de risotto. Zet het vuur uit en leg een deksel op de pan.
-Snipper het venkelgroen met het kleine (of halve) teentje knoflook en de zeste van de citroen. Haal de venkel uit de oven en roer het grootste deel van de kruiden door de venkel. Proef of je zout of peper moet toevoegen.
-Haal het deksel van de pan risotto, roer alles nog een laatste keer door elkaar, leg er dan de venkelparten op en werk af met de resterende kruiden en wat partjes citroen.

Knolvenkel is nogal een delicate groente in de tuin, te koud opgekweekt schiet het door voor er sprake is van een deftige knol, is het te warm of te droog van hetzelfde laken een broek. En wanneer het gaat vriezen moeten alle knollen geoogst worden.
Best een lastige klant.
Veel gemakkelijker om te telen is de doorlevende venkel. Deze vormt geen knol maar enkel lange (+2 m) stengels die je kan pellen en dan zo opknabbelen of stoven. Het hele jaar door komt er nieuw blad bij, ze verschijnen als zachte maar knapperige scheutjes in de oksels. De plant zaait zichzelf uit, dus ééns doorlevende venkel, altijd doorlevende venkel.
Oogst de zaden in september, hou een deel bij om te gebruiken in de keuken (thee, bij geroosterde groenten, gestoofde uien of in currygerechten) en deel de rest uit!
Op de foto staan nog twee andere doorlevende groenten, bovenaan zie je een toefje winterpostelein (is eenjarig maar zaait zichzelf uit) en de blaadjes onderaan zijn die van daslook.

Labels: Koken, koken uit de tuin
Over een lelijke jas, lekkere soep en ook nog 10 aardpeerfeiten op een rij
Allereerst. Ik heb deze jas niet zelf gekocht.
Het was een kadootje van mijn vader.
Want ... hij vond dat echt een jas voor mij!
Ik vind het echt een hele lelijke jas, dus ik weet niet of het als compliment bedoeld was.
Feit is wel dat de jas ontzettend warm is én dat ik vind dat iedereen moet stoppen met te doen alsof hij/zij altijd
piekfijn rondloopt en op eender welk moment op de foto kan.
Want dat is niet! En iedereen weet dat eigenlijk wel, maar ge voelt u toch maar schoon elke keer een slons als er weer zo'n internetrolmodel met haar jurkje en gemanicuurde nagels aardperen staat te oogsten.
Gedaan ermee, we verwelkomen lelijke jassen, voze broeken, vettig haar en wat extra kilo's.
De feestdagen zijn tenslotte nog maar juist gepasseerd hé seg.
Goed dan, ten tweede: Iets over de aardpeer!
Door een reorganistie in de moestuin moesten de aardperen vertrekken, de vrijgekomen plaats werd ingenoemen door fruitbomen. Wat verderop in de moestuin is er gelukkig nog een bed met aardperen, stel je voor dat we vanaf nu zonder zouden zitten!
Van die emmers heb ik er drie!
Gelukkig zijn de varkens en ganzen aardpeerliefhebbers en ook mijn schoonmoeder kan er aardig weg mee.
Maar sinds Dorien in het voorjaar van 2014 zo'n twee keer per week geroosterde aardpeer klaarmaakte heb ik er een lichte aversie voor ontwikkeld.
Maandag ll. dacht ik ze nog eens een kans te geven, ik nam wat grote exemplaren mee naar binnen samen met een grote bundel peterselie en wat tijm.
Komt goed dacht ik, dat wordt een fris soepke.
Om de een of de andere reden kwam ik daarna achter mijn computer terecht en zo passeerde ik op flickr waar ik deze foto zag bij i.
Met voorsprong de lekkerste soep ter wereld: aardpeer en koriander. Ik zeg u: toeval bestaat niet!
i. geraadpleegd en een recept kwam mijn kant uit.
Hieronder doe ik het recept er ook nog eens bij, want ik weet niet hoe het bij u zit, maar ik heb graag exacte hoeveelheden.
Met een paar en een flinke scheut ben ik niks, ik wil cijfers!
Een recept met precieze hoeveelheden, want -dat had u vast al door- het is waarlijk een lekker soepke!
Ik zou nu niet meteen zeggen: de lekkerste soep ter wereld, met voorsprong dan nog, maar het is zeker en vast de lekkerste aardpeersoep ter wereld.
Misschien eerst nog iets over aardperen, want we zitten op deze moment toch tot onze knieën in het aardpeerseizoen.
Feit 1. Aardperen blijven best gewoon in de grond tot het moment dat je ze wilt klaarmaken.
Gaat het vriezen en wil je blijven aardperen eten, dan kan je wel al wat oogsten, of de grond goed bedekken met wat stro of een andere dikke mulchlaag. Dat geldt ook voor prei, pastinaken, schorseneren en alle andere dingen die onder de grond zitten.
Feit 1b. Het zou kunnen dat woelmuizen graag aardpeer eten, dat moet je proefondervindelijk ontdekken, moest het zo zijn kan je misschien wel wat knollen in veiligheid brengen tijdens de winter. Bv in een emmer met aarde die je bewaart op een koude plaats.
Feit 2. Als je oogst hou je best de grootste, mooiste exemplaren als plantgoed -grote mooie ouders maken eerder grote mooie kinderen dan schrale exemplaren- zo werkt dat nu eenmaal.
Die grote mooie aardperen stop je meteen in de grond, 15 cm diep en op 50 cm van elkaar in alle richtingen.
Oogst telkens alle knollen van één plant, elk knolletje dat achterblijft wordt immers een nieuwe 3-meterhoge plant. Zelfs de schillen hebben de neiging om een eigen gezin te stichten.
Feit 3. Een beetje compost zorgt voor nog grotere exemplaren dat ondervond ik dit jaar door het ene bed wel en het andere geen compost te geven.
Feit 4. Heb je wat houtasse dan mag je dat in het voorjaar ook over de grond uitstrooien.
De kalium in houtasse is goed voor alle planten die knollen en wortels aanmaken, het zorgt voor kleur, stevigheid en een goede bewaarbaarheid.
Feit 5. Geven de aardperen in de zomer teveel schaduw voor andere planten dan kan je de stengels inkorten tot op zo'n meter.
Feit 6. Je kan niet alleen de knollen eten, maar ook de nieuwe scheuten die in het voorjaar verschijnen. Dan moet je de grond rond de stengels wat ophogen (zoals bij asperges) of er een bleekpot over zetten zodat er geen zonlicht aan de stengels kan.
Feit 7. Voor de winter knip je de stengels af tot 20 cm boven de grond, laat de stengels maar gewoon liggen en in het voorjaar breng je de dorre stengels naar de composthoop. Het perfecte 'bruin materiaal' voor een evenwichtige composthoop.
Feit 8. Je hoeft niet speciaal naar een tuincentra voor plantgoed, de aardperen uit de supermarkt zullen het even goed doen.
Feit 9. Aardperen zijn lekker geroosterd en gebakken, maar ook rauw, in dunne schijfjes voegen ze iets lekker knapperigs toe aan een slaatje. Je kan ze ook fermenteren of er een chutney van maken.
Aardperen moeten niet geschild worden; gewoon goed afborstelen met wat water en klaar.
Feit 10. En dan nog een kleine waarschuwing: Aardperen zijn rijk aan inuline, een soort koolhydraat dat de bloedglucosespiegel niet beïnvloedt. De afbraak van inuline gebeurt pas in de dikke darm en beïnvloedt daar de aanmaak van darmbacteriën waaronder oa. bifidobacteriën (die van die dure yoghurtjes in de supermarkt). Er worden nog andere nuttige zuren en gassen geproduceerd en dat zal je geweten hebben. Als je veel aardperen eet zal je (we moeten daar geen doekjes om winden) veel scheten laten. De truuk is naar het schijnt om je lichaam traag maar gestaag te laten wennen aan deze groente.
Nu hoorde ik onlangs wel van een aardpeerlover dat het toch niet aan te bevelen is om na een aardpeermaal naar de yoga te trekken. Hoe ervaren u ook bent.
U bent bij deze gewaarschuwd!
Aardpeersoep, misschien wel de lekkerste van de hele wereld
Nodig voor 4 personen
-2 uien
-1 teentje look
-1 dikke prei
-700 gram aardperen (ongeschild gewogen)
-850 ml bouillon
-150 ml volle melk
-een busseltje koriander
-peper
-boter
-Zet op een klein vuurtje een grote pot en laat hierin een klontje boter smelten.
-Snipper de ui en de knoflook en doe bij de boter.
-Was en snipper de prei en houdt terwijl de ui in de gaten, deze mag niet beginnen bruinen.
-Doe de prei bij de uien.
-Was de aardperen en schil (want we willen een witte soep) en snij ze een voor een in stukken die je meteen bij de prei en uien doet zodat ze niet uitslaan.
-Wanneer alle aardperen in de pot zitten giet je de bouillon (of 850 ml water en twee bouillonblokjes) bij de groenten en laat alles nog een kwartiertje koken.
-Mix de soep, doe er de melk en koriander bij en mix nog een keer.
Uw darmflora zal u dankbaar zijn!
Ik noteerde al eerder wat aardpeerrecpten van andere mensen, die vind je hier.
Labels: (Moes)tuin, koken uit de tuin
Herfstige lasagne met pompoen en nog wat anders
Deze zomer bouwden we een houtoven in de tuin.
Dat moet ik nog eens vertellen, hoe we dat deden.
Maar ik kan al wel de clou meegeven: Het is keitof, zo'n houtoven!
Na zoveel weken staan er wel alleen nog maar pizza's en broden op de teller.
(En dan nog geeneens heel erg lekker brood. Maar daar gaat verandering inkomen want er staat al een tijdje een potje desem te pruttelen in de keuken. Man o man, verheugen wij ons op dat broodje.)
Maar ik heb wel een geweldig plan!
Volgende keer we pizza's bakken heb ik ook een ovenschotel klaar, die gaat dan na het brood de oven in.
Tadaa, brood en eten voor de dag nadien!
Dus jullie mogen nu allemaal recepten van lekkere ovenschotels posten aub dankuwel.
Ik zal beginnen met een smakelijke lasagne met pompoen.
De samenstelling verandert van navenant wat er in de tuin staat, de oorspronkelijke is met venkel en komt uit Veg! van Hugh Fearnley-Whittingstall. Gisteren was het pompoen met snijbiet, maar het had ook pompoen met prei of kool kunnen zijn. Of snijbiet met aardpeer of een ander walgelijk winters alternatief aldus Jef.
Twee richtlijnen:
1. De groenten die lekkerder worden van te roosteren (pompoen, venkel, aardpeer) rooster je en de andere groenten worden traag gestoofd tot ze boterzacht zijn. Klinkt ook niet slecht.
2. Bechamelsaus!
Een derde richtlijn zou kunnen zijn: goeie kaas! Gruyère, Parmezaan, schimmelkaas, Comté... wat er in uw frigo zit of waar je zin in hebt. Voor er bovenop is Mozzarella een goei keus, voor er tussen niet, want echt smaken doet dat niet, maar smelten daarentegen!
Ik maak al bijna 20 jaar (allee jong, zo lang al?) bechamelsaus door koude melk bij gesmolten boter en bloem te gieten, dat wordt dan een simpel bechamelsauske, maar ook niet meer dan juist dat. Vorig jaar leerde Dorien mij lekkere bechamelsaus te maken door een teentje look en een laurierblad mee te bakken in de boter. Hugh Fearnley-Whittingstall doet het nog anders, hij verwarmt eerst de melk met ui, knoflook, selder en peperbolletjes, laat dat allemaal wat trekken en maakt dan de saus.
Interessant, want je kan nadien al de smaken terugvinden.
Ik doe het soms op de ene en soms op de andere manier.
En dan nu ...
Toch nog een echt recept:
Voor vier
-1 butternut of pompoen van vergelijkbare grootte
-1 dikke venkelknol (of zes stengels snijbiet of wat bladkool of 4-6 preien)
-6 lasagnebladeren
-50 gram bloter
-50 gram bloem
-1 liter melk
-1 ui
-2 teentjes look
-1 selderstengel of wat peterseliesteeltjes
-1 laurierblad
-kaas
-Verwarm de oven voor op 220°.
-Verwarm de melk met een in stukken gesneden ui, knoflook, selderstengel, laurierblad en wat peperbolletjes.
Zet het vuur af als de melk begint te koken. Als je niet roert zal de melk niet aanbranden.
-Snij de pompoen in stukken van 1-2 cm, doe de stukken in een ovenschaal, kruid met peper en zout en haal ze door elkaar met wat olijfolie. Zet de pompoenblokjes in de oven tot ze bijna gaar zijn en de randjes beginnen te bruinen.
-Snij de venkel in plakken van zo'n halve cm en stoof deze in wat olijfolie tot ze gaar zijn en hier en daar bruin beginnen te kleuren.
-Zeef de melk en zet de pot terug op het vuur, laat de boter smelten en doe dan de bloem erbij. Laat dit een paar minuten bakken zodat de bloemsmaak verdwijnt. Giet er al de melk in een keer bij en blijf roeren tot de saus ingedikt is.
Kruid de bechamel bij met peper, zout en wat nootmuskaat tot je een lekker sausje hebt.
-Neem een ovenschotel en doe er wat bechamelsaus in, verdeel hierboven de pompoen en leg er dan de helft van de lasagnebladeren op.
-Haal weer de saus boven en dan komt de venkel aan de beurt, strooi hierop wat kaas (bij venkel vind ik schimmelkaas lekker) en dan de rest van de saus.
-Werk af met wat geraspte kaas zoals bv Mozzarella.
-Zet een half uur in een oven van 200°.
Labels: Koken, koken uit de tuin
Toni Tomato
Omdat ik voor de zoveelste keer net een wasmachien had opgehangen dacht ik vorige week het volgende: Laat ik eens gazpacho maken, dat eet veel properder.
(Het kind wordt gevoederd, in tegenstelling tot kind duwt volledig gezicht in vrucht.)
Ik kan nu een heel verhaal vertellen, maar het antwoord kan samengevat worden als: Neen.
Ook na het eten van de soepversie ziet het kind eruit als een hyenajong na het verorberen van een plakje gnoe.
Maar in plaats van enkel vuile was had ik nu vuile was én goei soep in de koelkast. Prima, want die soep kwam de dag nadien goed van pas als aperitiefhapje.
Ik ben er zeker van dat Dorien dat veel mooier zou presenteren, een drupke olijfolie, wat gesnipperde basilicum, heel fijn gehakte komkommer en tomaatjes, misschien wat schilfertjes zeezout? Omdat ik niet heel zeker was van de dresscode van gazpacho smeet ik er gewoon een ijsblokje in.
Dit is koude soep, en ja dat is de bedoeling!
De bestanddelen van gazpacho komen in de meeste recepten op hetzelfde neer: tomaten, komkommer, paprika, brood, olijfolie, knoflook en ui.
Ik ben geen fan van rauwe look en ui, dus ik skip meestal de ui en gebruik slechts een half teentje knoflook.
Het brood zorgt voor een meer romige, zachtere soep, het maakt er een geheel van. Of het nu Vlaamsche boterhammen met of zonder zaadjes, Frans stokbrood of Italiaans ciabatta is, dat maakt allemaal niet uit. Na het mixen wordt de soep gezeefd zodat korstjes, zaadjes en vellekes achterblijven.
Deze soep is klaar op 5 minuten, incluis over en weer geloop naar de serre.
Voor ongeveer een liter
1 kilo tomaten
1 rode paprika
2 boterhammen
0,5 teentje knoflook
1 snackkomkommer (of een halve gewone)
1 el rode wijnazijn
3 el olijfolie
1 tl suiker
zout naar smaak
-Breek of scheur het brood in stukken en zet het onder water in een kommetje.
-Pluk een vergiet tomaten, was ze en snij ze in stukken boven een blender.
-Doe hetzelfde met de paprika, komkommer en het halve teentje look.
-Vis het brood uit het water en doe het bij in de blender.
-Mix tot soepconsistentie en voeg dan olijfolie, azijn, zout en suiker toe.
-Mix, proef en kruid bij.
-Giet de soep door een (punt)zeef en zet minstens een uur in de koelkast.
-Serveer gegarneerd met een drupje olijfolie, wat fijngehakte komkommer, basilicum, wat schilfertjes zeezout of gewoon een ijsblok.
Labels: koken uit de tuin
Overdaad in de fruitgaard
Aardbeien, rabarber en kruisbessen.
Zoet en zuur, perfect voor een crumble dacht ik zo en plukte een vergiet vol.
Op een half uur had ik uit het niets een dessert bij elkaar, how I love de moestuin seg!
Het dessert ging mee naar Tante Hilde bij wie ik mezelf een paar uur daarvoor had uitgenodigd. Nog lauw aten we het met ons getweenent bijna volledig op. Nice!
Het was niet het enige zoets dat die dag uit de oven kwam, eerder al kwam dit bijeengeraapt vieruurtje tevoorschijn. Een samenraapsel van een oud stokbrood en aardbeien, denk daar melk, suiker en eitjes bij en je kan zo raden dat het in de smaak viel. Heerlijk vind ik dat als je van iets wat je normaal zou weggooien toch nog iets lekkers kan maken.
Zomerfruitcrumble
een mengeling van aardbeien, bessen en rabarber,
twee flinke handen vol
125 gram echte boter
175 gram bloem
1 opgehoopte tl bakpoeder
75 gram suiker
desgewenst puddingpoeder
Maak het crumbledeeg door met je handen de bloem door de boter te wrijven, maak het niet te fijn, schep de suiker door het mengsel en zet in de koelkast. Heb je een keukenrobot dan laat je hem het werk doen.
Verwarm de oven voor op 200°.
Was het fruit, snij de aardbeien doormidden en de rabarber in plakjes en leg het in een ovenschaal.
Heb je meer zure vruchten dan zoete kan je er wat suiker over strooien.
Ik strooi al eens wat puddingpoeder over het fruit, zodat het sap indikt.
Haal het deeg uit de koelkast en verdeel het over het fruit, zet 35 minuten in de oven.
Stokbroodpudding
250-300 gram brood
een halve liter melk
100 gram suiker
3 eitjes
flinke handvol aardbeien, doormidden gesneden
Verwarm de oven voor op 175°.
Klop de eitjes los in een kom en roer er dan de melk en suiker door.
Breek het brood boven de kom en meng het met je handen zodat alle melk opgezogen wordt en er geen droge stukken meer zijn.
Leg een vel bakpapier in een ovenschaal of ga met boter en bloem in de weer.
Stort alles in de vorm en verdeel er dan de gehalveerde aardbeien over.
Strooi wat extra suiker over het geheel.
Zet zo'n uur in de oven.
Labels: Koken, koken uit de tuin, Nagerecht
Pasta met schorseneren, paddenstoelen en peterselie
Met een dochter die graag en lang buiten slaapt breng ik daar heel wat tijd door.
Soms maken we een lange wandeling, soms parkeer ik haar gewoon voor het raam maar meestal vertoeven we beide in de moestuin.
Zij slaapt, ik rommel wat en denk na over het avondeten.
Niks nieuws onder de zon.
In de serre staat vers groen: spinazie, rucola, sla, allemaal gezaaid in het najaar.
In de tuin staan kolen, aardperen, snijbiet, pastinaken, wortels en schorseneren.
De schorseneren moesten er aan geloven.
Omdat schorseneren van vorm op asperges trekken maakte ik mijn lievelingsasperge-
recept met hier en daar een toevoeging.
Een absolute aanrader!
Nodig:
-Schorseneren, gekuist en in stukken.
-Paddenstoelen (ik had gehoopt op een bospaddenstoelenmengeling, maar die waren er niet, het werden doodgewone champignons)
-Tijm
-Boter en eventueel olijfolie
-Peterselie, gehakt
-Citroensap
-Zout en peper
-Parmezaan
-Laat de schorseneren met wat takjes tijm garen in hun eigen stoom (met het deksel op de pot dus) met veel boter en wat zout.
-Bak terwijl de paddenstoelen bruin en kook de pasta.
-Breng de schorseneren op smaak met peper en wat citroensap (ik gebruikte bijna een halve citroen voor twee personen) en meng met de paddenstoelen, peterselie*, pasta en parmezaan.
-Roer tot er zich een lekker sausje vormt, de parmezaan, boter en het kookvocht van de schorseneren gaan daar snel voor zorgen, is alles wat te droog voeg dan wat kookvocht van de pasta toe.
*Ik leef samen met een peterseliehater, ik moet dus in mijn bord mengen.
Labels: Koken, koken uit de tuin, Pasta
Komaan hé mannekes, het zijn de leste!

Aan het begin van de zomer leerde ik van Dorien een simpele tomatensaus maken, ideaal om te bewaren als passata.
Gaandeweg voegde ik vanalles toe en nu, aan het begin van de herfst is het mijn favoriete pastasaus.
De basis blijft tomaten (de leste uit de seir) en dat vul ik aan met rode paprika's, aubergine's, pepertjes, ui, knoflook, oregano en tijm.
Alles goed door elkaar husselen met wat olie, peper en zout en dat gaat dan allemaal een dik half uur in de oven op 200° of tot de groenten een schoon bruin randje hebben.

En dan - el grando truco- kap ik alles in een (punt)zeef die in een diepe kastrol hangt.

En dan maar mixen!
Op het eind heb je alleen nog maar wat groenteprut over. Daar is niks mis mee, je zou die saus ook zo kunnen mixen, zonder zeef, maar nu heb je wel geen vellekes, vezeltjes, harde tijmtakjes en tomatenzaadjes in je saus.

Ziet ne keer af!
Wat een schoon smooth sauske.
En geen kind dat vermoedt dat er *ril* aubergine in zit. Maar net die aubergine zorgt wel voor een diepere smaak en de paprika's en uien zorgen dan weer voor iets zoets en ga zo maar door (ik zit niet in de reclamebranche, da's duidelijk).
Heb je waterachtige tomaten dan kan het eindresultaat wat dunnetjes zijn, maar dan zet je alles nog even op het vuur terwijl de pasta staat te koken.
Met de ovenschaal van op de foto (van 40 op 25 ongeveer) maak ik zeker voldoende saus voor 500 gram pasta.
En daar dan wat parmezaan over.
Mmm hemels!
Labels: Koken, koken uit de tuin, Pasta










